|
||||
| Een lamp brandt
alleen als de stroomkring gesloten is. Met een schakelaar verbreek je de stroomkring (de lamp gaat uit) Met een schakelaar sluit je de stroomkring (de lamp gaat aan) Gebruik een voeding van 9 volt Om een schakeling te tekenen gebruik je symbolen. |
|
|||
|
|
||||
|
|
||||
|
Stroomkring met lamp
|
|
|||
|
|
||||
|
Stroomkring met schakelaar Bouw de schakeling na. Teken hieronder het schema. Gebruik symbolen! |
|
|||
|
|
||||
|
Stroomkring met zoemer Een zoemer heeft een + en een -. Je moet de zoemer goed aansluiten. Teken hieronder het schema. |
|
|||
|
|
||||
|
Stroomkring met LED Een LED verbruikt weinig stroom. Altijd samen met een weerstand aansluiten. Een LED heeft een + en -
|
|
|||
|
|
||||
|
Schema met symbolen Bouw het schema na. Teken hiernaast hoe je de schakeling gemaakt hebt. |
tekening | |||
|
|
||||
|
Een bijzondere
schakelaar Met een zenuwspiraal moet je proberen om de stroomkring niet te sluiten. Sluit je de stroomkring dan ben je af. Teken hiernaast hoe je de onderdelen met stroomdraad moet verbinden. |
|
|||
|
|
||||
|
Extra Ontwerp je eigen schakelaar. Zet alles met punaises vast op een plank. Controleer of je met jouw schakelaar het lampje aan en uit kunt zetten. Teken hieronder je schakelaar. |
|
|||
| tekening schakelaar | ||||