Algemeen
Ouders vinden het belangrijk dat hun kind met plezier naar school gaat, dat het in een geborgen omgeving maximale kansen tot ontplooiing krijgt. In de begeleiding die we de leerlingen geven wordt aan deze beide aspecten veel aandacht geschonken.

Mentor
Voor alle leerjaren geldt dat de mentor een belangrijke rol speelt bij de opvang en de begeleiding van de leerlingen. De mentor is de eerst aangewezen persoon bij wie de leerling terecht kan bij persoonlijke problemen. Verder is de mentor contactpersoon voor de ouders/verzorgers en houdt hij de studieresultaten van zijn leerlingen nauwkeurig bij. De mentor heeft regelmatig overleg met de leraren van zijn klas en de teamleiders. Om meer ontmoetingstijd tussen leerling en mentor te realiseren, start elke schooldag met een half uur begeleidingstijd.

Tijdens deze tijd is de mentor met zijn leerlingen in gesprek over:

  • Aandacht voor het leerproces.
  • Leerlingen uitnodigen op zichzelf te reflecteren:
    • wat gaat er goed?
    • wat kan beter?
  • Aandacht voor studievaardigheden:
    • leren leren
    • leren plannen
  • Aandacht voor andere vaardigheden zoals samenwerken en zelfstandig werken.
  • Aandacht voor het groepsproces, werken aan het groepsklimaat.
  • Begeleiding in de oriëntatie op studie en beroep.
  • Aandacht voor actuele zaken, zowel maatschappelijk als schoolse.
  • Het voeren van klassengesprekken en individuele gesprekken.

Wij adviseren ouders/verzorgers de mentor te informeren wanneer er bijzondere omstandigheden zijn die het gedrag of de prestaties van de leerling kunnen beïnvloeden.

Teams
Leerlingen hebben behoefte aan een vertrouwde en veilige omgeving met een duidelijke structuur. Kleine en herkenbare eenheden creëren in de school een gevoel van geborgenheid: zowel naar leerlingen als naar onze medewerkers. Daarom werken we op 2College Wandelbos met teams. Dit heeft een positieve invloed op de veiligheid en het welbevinden van alle betrokkenen. Verder is het zo dat in kleinere eenheden beter afspraken over taakverdelingen gemaakt kunnen worden. Er is een onderbouwteam voor de klassen 1 en 2 en klas 3h en een bovenbouwteam voor de klassen 3- en 4VMBO-g/t. Een team bestaat uit zo’n 15 leraren die geleid worden door een teamleider. De meeste teamleden zijn tevens mentor van een groep leerlingen. Geregeld overleggen de teams over het functioneren van de klassen en individuele leerlingen. Leraren samen maken dan begeleidingsafspraken en de mentor bespreekt die afspraken met de leerling. Tijdens de leerlingenbespreking wordt naast de studieresultaten ook de studiehouding en het welbevinden van de leerlingen besproken.

De sectie taalondersteuning
Vaak hebben leerlingen problemen met de Nederlandse taal. Dit kan leiden tot achterstand in het vak Nederlands, maar ook moeilijkheden in andere vakken veroorzaken. Daarom beschikken wij over een werkgroep taalbeleid en een sectie taalondersteuning. Leraren, die hierin gespecialiseerd zijn, verlenen extra hulp aan deze leerlingen. De doelstelling is de betreffende leerlingen een goede grammaticale basis te bieden en hen tot een beter tekstbegrip te brengen. Zoveel mogelijk wordt rekening gehouden met individuele leerproblemen. De hulp wordt afgebouwd wanneer de noodzaak tot extra begeleiding niet langer aanwezig is.

Vóór de herfstvakantie doen alle leerlingen van klas 1 mee aan onderzoeken, waarin wordt nagegaan of er sprake is van problemen op het gebied van spellen en lezen. Leerlingen uit de onderbouw bij wie sprake is van problemen, komen in aanmerking voor extra begeleiding. Voor dyslectische leerlingen worden op maat passende maatregelen getroffen die vastgelegd worden op een dyslexiepas. Voor deze leerlingen beschikt de school over een dyslexiecoach. Deze zorgt, samen met de leerling, dat er een passend begeleidingsplan komt. Tevens coacht en ondersteunt hij de leerling.

Overige hulp:
Is speciale hulp nodig dan wordt de hulp ingeroepen van een collega die zich hiervoor extra heeft geschoold. In sommige gevallen is meer gespecialiseerde hulp wenselijk of noodzakelijk. Dan wordt, via het zorgteam, in overleg met de ouders/verzorgers externe hulp ingeroepen. We hebben hiervoor goede en vaste contactpersonen bij de GGD, bij de GGZ Midden-Brabant, bij het AOB (Adviesbureau voor Opleiding en Beroep) en bij het SOM (Stichting Onderwijs Midden-Brabant). Met de gegevens die wij van de leerling hebben wordt met grote zorgvuldigheid omgegaan. Hierbij is voor ons het privacyreglement de leidraad.

Begeleiding door de ouders
Een goede school is geen garantie voor goede leerprestaties van iedere leerling. Ouders moeten weten dat de voortdurende belangstelling voor het schoolleven van hun kind en een voortdurende zorg voor de studietijd, voeding, nachtrust, enzovoorts, onontbeerlijk is voor ieder kind, of het nu 12 of 16 jaar is. Wij vragen ouders om zo spoedig mogelijk contact op te nemen met de school (in de regel met de mentor) als te verwachten is dat hun kind problemen met de studie heeft of zou kunnen krijgen.

Meer specifieke begeleiding in leerjaar 1
In het eerste leerjaar wordt geprobeerd de brugklassers zo goed en zo snel mogelijk op te vangen in hun nieuwe situatie. Hiertoe zijn de nieuwe leerlingen van tevoren uitvoerig besproken met de groepsleerkracht van de basisscholen. In de eerste projectweek gaan de brugklasleerlingen drie dagen op brugklaskamp. De bedoeling van dit kamp is tweeledig: kennismaken en samenwerken. Nadere informatie hierover ontvangen de ouders aan het begin van het schooljaar.

In de brugklas maken leerlingen de SchoolVragenLijst. De analyse geeft een beeld van hoe de leerling een aantal zaken die samenhangen met hun nieuwe school ervaart. Onder andere motivatie t.a.v. school en huiswerk, welbevinden op school en hun relatie met leraren en medeleerlingen komen hierin naar voren. De mentor bespreekt de resultaten met de ouders en de leerling. In overleg kan besloten worden dat een leerling deelneemt aan de faalangst reductietraining of sociale vaardigheidstraining. Deze wordt door één van de speciaal opgeleide leraren op school gegeven.

Decanaat en keuzebegeleiding
Het decanaat is verantwoordelijk voor een gerichte en geïntegreerde keuzebegeleiding voor iedere leerling op 2College Wandelbos. De studie en loopbaanoriëntatie moet leiden tot een geschikte vervolgopleiding.

De vakdocent geeft over het algemeen de eerste aanzet in het proces van loopbaanoriëntatie:

  • Maakt vanuit zijn vak interesse wakker voor studierichtingen en beroepen.

De mentor in de 2e en 3e klas heeft een specifieke taak:

  • Stuurt het primaire keuzeproces;
  • Maakt een start met het ontwerpen van een zelfconcept van de leerling;
  • Besteedt een aantal lessen aan het bovenbedoelde proces.
  • Zorgt dat de voorlopige sector- en profielkeuze wordt voorbereid.

De leerling kan om een gesprek met een decaan vragen over specifieke zaken, zoals:

  • Vragen over de keuze van een studie;
  • Problemen met studiefinanciering.

Wat kunnen de leerlingen zelf allemaal doen:

  • Snuffelen in mappen, boeken, tijdschriften en computers;
  • Gericht zoeken naar informatie over beroepen of opleidingen;
  • Interesse- en belangstellingstests maken.

De decanen verzorgen informatieve bijeenkomsten voor ouders uit de verschillende leerjaren. Dit betreft algemene informatie.

Vakbegeleiding
Naast de mentoren worden één dag per week enkele vakleraren gefaciliteerd om vakbegeleiding te verzorgen in de begeleidingstijd. De mentor (of een eventuele vervanger) is bij de klas en individuele leerlingen gaan voor vakbegeleiding naar een andere leraar. Alle leerlingen komen dan dus elke dag tijdens de begeleidingstijd naar school. Het is de vakleraar die een leerling verwijst naar de vakbegeleiding en niet de mentor.

Leerling-participatie
Een school is meer dan alleen een gebouw waar je naar toe gaat om te leren, te sporten of vaardig te worden in presenteren. School is een ontmoetingsplaats waar je samen met elkaar een belangrijk deel van de dag doorbrengt. Een plaats waar je je betrokken en thuis voelt, waar je samen verantwoordelijk voor bent!

Om leerlingen nog meer bij de school als organisatie te betrekken organiseren we elk jaar trainingen waarbij we leerlingen opleiden tot mediator of leerling-surveillant. Voor deze training kun je worden geselecteerd. Mediators worden ingezet om te bemiddelen bij conflicten of kleine ruzies tussen leerlingen. Leerling-surveillanten lopen samen met onze toezichthouders tijdens de pauze door de school om er voor te zorgen dat alles netjes en rustig verloopt.