1. Geldigheidsduur
    Dit statuut is geldig voor een periode van maximaal twee jaar ingaand op het tijdstip van bekendmaking. Daarna volgt automatische verlenging voor eenzelfde periode, tenzij wijzigingen noodzakelijk zijn.

  2. Publicatie
    Het leerlingenstatuut moet aan alle leerlingen worden uitgereikt en in alle klassen in de begeleidingslessen worden doorgenomen door een vertegenwoordiger van de Leerlingenraad.

  3. Geschillencommissie
    3.1 Er bestaat een geschillencommissie. De leden van de geschillencommissie, te weten een ouder, een docent en een nog te verkiezen leerling, zijn aangewezen door de medezeggenschapsraad. De
    teamleider is voorzitter zonder stemrecht. Uit de overige 3 leden wordt een secretaris gekozen.
    3.2 Bij onjuiste of onzorgvuldige uitvoering van het leerlingenstatuut is de teamleider de eerst aangewezen beroepsinstantie.
    3.3 Indien de teamleider niet of - naar het oordeel van de leerling(en) - niet voldoende bevredigend heeft gereageerd, kan hiertegen bezwaar aangetekend worden bij de geschillencommissie.
    3.4 Klachten dienen binnen 14 dagen schriftelijk te worden ingediend bij de secretaris van de commissie.
    3.5 De commissie regelt zelf haar werkwijze en werkzaamheden.
    3.6 Een besluit van de commissie is bindend voor alle betrokkenen.
    3.7 De teamleider brengt een besluit van de commissie over aan de betrokkenen en handelt overeenkomstig dit besluit, tenzij dit in strijd blijkt met door de overheid en/of het bestuur gegeven voorschriften en regels.

  4. Het geven van onderwijs
    4.1
    De leerlingen hebben er recht op dat docenten zich inspannen om behoorlijk onderwijs te geven.
    Het gaat hierbij om zaken als:
    - redelijke verdeling van lesstof in de lessen;
    - goede presentatie en duidelijke uitleg van de stof;
    - kiezen van geschikte schoolboeken en werkvormen;
    - aansluiting van het opgegeven huiswerk bij debehandelde stof;
    - goede begeleiding naar een zelfstandig lerende leerling.
    4.2 Als een docent volgens de leerling of een groep leerlingen zijn taak niet op een behoorlijke manier vervult, kan dat door de leerlingen aan de orde worden gesteld bij de teamleider.
    4.3 De teamleider geeft binnen twee weken de leerling(en) een reactie op de klacht.
    4.4 Is/zijn de betrokken leerling(en) het niet eens met de reactie van de teamleider, dan kunnen.

  5. Het volgen van onderwijs
    5.1 De leerlingen zijn verplicht om goed onderwijs mogelijk te maken en zich te houden aan de afspraken die gemaakt zijn ten aanzien van de goede orde op school.
    5.2 Een leerling die de goede voortgang van de les stoort is verplicht na uitwijzing door de docent, de les te verlaten en zich te melden bij de teamleider.
    5.3 Tegen de leerling die de goede orde op school of in de klas verstoort, kunnen (straf)maatregelen worden genomen.
    5.4 De leerling kan tegen een (straf)maatregel bezwaar aantekenen (zie artikel 4).

  6. Toetsing van het onderwijs
    6.1
    Toetsing van het onderwijs kan gebeuren door middel van:
         a. Proefwerken of studietoetsen. Deze worden minimaal één week tevoren aangekondigd. Het resultaat ervan telt mee voor het rapportcijfer.
         b. Mondelinge of schriftelijke overhoringen van opgegeven huiswerk. Deze worden al dan niet tevoren aangekondigd. Het resultaat ervan kan meetellen voor het rapportcijfer.
         c. Diagnostische toetsen, bedoeld om de leerling en de docent inzicht te geven in hoeverre de leerstof begrepen en/of geleerd is. Deze worden al dan niet tevoren aangekondigd. Het resultaat ervan telt niet mee voor het rapportcijfer.
    6.2 Van alle toetsen (proefwerken, werkstukken, spreekbeurten etc.) moet tevoren duidelijk zijn:
         a. de stof, waarover de toets gaat
         b. hoe het behaalde cijfer meetelt bij het vaststellen van het rapportcijfer.
    6.3 Met uitzondering van de toetsenweek, waarin maximaal 3 toetsen per dag worden afgenomen, worden tijdens gewone schoolweken hoogstens 6 proefwerken per week met een maximum van 2 per dag gegeven. Extra-vakkers kunnen tijdens gewone schoolweken hoogstens 7 proefwerken per week opgegeven krijgen, met een maximum van 2 per dag. Aanbevolen wordt per dag niet meer dan één proefwerk in een moderne vreemde taal te geven.
    6.4 De docent moet het werk binnen maximaal 14 dagen hebben nagekeken.
    6.5 Een proefwerk wordt nabesproken wanneer een individuele leerling daarom vraagt.
    6.6 Een leerling heeft altijd recht op inzage in zijn werk.
    6.7 De normen worden door de docent meegedeeld en zonodig toegelicht.
    6.8 In geval van fraude neemt de docent een passende (straf)maatregel.
    6.9 Als een leerling op legale gronden een toets heeft gemist, neemt hij contact op met de betrokken docent over het al dan niet inhalen van het werk.

  7. Werkstukken / spreekbeurten / presentaties
    7.1
    Wanneer het maken van werkstukken/verslagen en het houden van spreekbeurten (voor welk vak dan ook)onderdeel is van het onderwijsprogramma en meetelt in een rapportcijfer dient tevoren duidelijk te zijn aan welke normen e.e.a. moet voldoen. Ook moet duidelijk zijn het tijdstip waarop en de gevolgen van te laat inleveren of niet correct uitvoeren. Van werkstukken, verslagen en spreekbeurten, die meetellen voor een cijfer, dient vooraf bekend te zijn aan welke normen ze moeten voldoen en wat het gevolg is van te laat inleveren of niet correct uitvoeren.

  8. Rapporten
    8.1
    Een rapport geeft de leerling een overzicht van zijn prestaties voor de vakken over een bepaalde periode. Naast het rapport kunnen ook cijferoverzichten gegeven worden. Bij het kerst- en paasrapport worden opmerkingen van de vakdocenten gevoegd. Jaarlijks worden de regels en normen voor overgang en toelating gepubliceerd in de Schoolgids.
    8.2 Rapportcijfers mogen slechts worden vastgesteld op grond van cijfers voor bij 7.1. en 7.2. genoemde toetsingen of gemiddelden van vorige trimesters.
    8.3 De docent geeft de leerlingen inzicht in de totstandkoming van het rapportcijfer en van het jaarcijfer.
    8.4 Op gegrond verzoek van de leerling of diens ouders moet de school een cijferoverzicht geven.

  9. Huiswerk
    9.1 Een docent dient ervoor te zorgen, dat het opgegeven werk binnen een redelijke tijd verricht kan worden.
    9.2 Een leerling die het opgegeven huiswerk niet heeft gemaakt, meldt dit vóór de les bij de betrokken docent.
    9.3 De docent kan passende (straf)maatregelen nemen tegen leerlingen, die hun huiswerk niet of niet voldoende hebben gemaakt of geleerd.

  10. Vrijheid van meningsuiting
    10.1 De in de grondwet en internationale verdragen vastgestelde vrijheid van meningsuiting wordt door iedereen gerespecteerd.
    10.2 Wie zich door een ander in woord of geschrift beledigd voelt, kan een klacht indienen bij de locatieleiding.
    10.3 Een leerling heeft, binnen de fatsoensnorm, recht op vrijheid van uiterlijk, zolang het geen gevaar oplevert voor anderen, aanstootgevend of kwetsend is.
    10.4 De school kan alleen bepaalde kleding verplicht stellen wanneer deze aan bepaalde gebruiks- of veiligheidseisen moet voldoen.
    10.5 De school kan niet verplichten om bij bepaalde lessen een schooltenue te dragen, behalve bij de lessen  lichamelijke opvoeding.

  11. Publicatieborden
    11.1
    In het schoolgebouw is een voor de leerlingen bestemd publicatiebord, waarop leerlingen, leerlingenraad en andere leerlingen-organisaties mededelingen van niet-commerciële aard kunnen ophangen.
    11.2 De locatieleiding kan publicaties (laten) verwijderen, indien deze niet blijken te passen binnen de normen van het maatschappelijk verkeer en van de school.

  12. Bijeenkomsten
    12.1
    Voor schoolse activiteiten moeten de leerlingen in de school vergaderingen kunnen houden.
    12.2 De locatieleiding stelt voor zulke bijeenkomsten, als er om gevraagd wordt, ruimte beschikbaar, binnen de feitelijke mogelijkheden van de school.
    12.3 De locatieleiding is bevoegd een bijeenkomst van leerlingen te verbieden, indien deze het volgen van lessen door de leerlingen verhindert.
    12.4 De leerlingen zijn verplicht een ter beschikking gestelde ruimte op een behoorlijke wijze achter te laten.
    12.5 De gebruikers zijn verantwoordelijk en aansprakelijk voor eventuele schade.
    12.6 Voor de activiteiten van de leerlingenraad worden kopieerfaciliteiten ter beschikking gesteld.
    12.7 Leerlingen hebben de mogelijkheid om met klachten of suggesties naar de leerlingenraad te gaan. De klachten worden in de eerstvolgende vergadering van de leerlingenraad besproken.

  13. Aanwezigheid
    13.1 De leerlingen zijn verplicht de lessen te volgen volgens het voor hen geldende rooster.
    13.2 De locatieleiding bepaalt, waar de leerlingen tijdens de pauze of tussenuren dienen te verblijven.
    13.3 De leerlingen mogen niet tijdens de les naar huis gestuurd worden om vergeten spullen op te halen.

  14. Straffen
    14.1 Strafmaatregelen kunnen worden opgelegd door de locatieleiding en onderwijzend personeel. Na vooroverleg met de directie kunnen strafmaatregelen opgelegd worden door leden van het onderwijsondersteunend personeel.
    14.2 Schorsingen kunnen uitsluitend worden toegepast door de locatieleiding, die de daarvoor geldende procedures volgt.
    14.3 Lijfstraffen zijn verboden.
    14.4 Bij het opleggen van een straf dient een aanvaardbare verhouding te bestaan tussen strafmaat en ernst van de overtreding. Ook dient er - zo mogelijk - een verhouding te bestaan tussen aard van overtreding en straf.
    14.5 Het moet duidelijk zijn voor wat voor overtreding de straf gegeven wordt.
    14.6 De praktische uitvoering van de straf moet aan de eisen van redelijkheid voldoen.
    14.7 Tegen het opleggen van straf kan de leerling in beroep gaan bij de locatieleiding, respectievelijk geschillencommissie. Het beroep heeft een opschortende werking.

  15. Orde en netheid in en buiten de school
    Elke leerling levert gevraagd en ongevraagd zijn bijdrage aan de orde en netheid op school. Hierbij valt speciaal te denken aan het opruimen van de eigen rommel, deelname aan de opruimploeg, alsmede aan het opvolgen van een desbetreffend verzoek van een surveillant.

  16. Kwaliteitszorg op 2College Ruiven
    16.1 Het doel van het onderwijs op onze locatie is de leerlingen opleiden voor het vmbo-diploma. De onderbouw is gericht op doorstroming naar vmbo, havo of vwo.
    16.2 De kwaliteitsaspecten worden uitgedrukt in getallen bijvoorbeeld van aanmeldingsgegevens, overgangscijfers, gemiddelden van rapportcijfers per vak per klas, doorstroomcijfers, schoolloopbaangegevens, eindexamenresultaten.
    16.3 Deze getallen worden gebruikt als indicatoren om waar nodig gesprekken te voeren met secties en waar wenselijk verbeteringen aan te brengen.
    16.4 Deze gegevens worden in toenemende mate in een geautomatiseerd systeem verwerkt.
    16.5 De gegevens die van belang zijn voor het volgen van het leerproces van de individuele leerlingen worden bekend gemaakt en besproken met leerlingen en ouders.

  17. Onvoorziene gevallen
    In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de locatieleiding.

  18. Legitimatieplicht
    Ingevolge de landelijke wetgeving dienen alle leerlingen van 14 jaar en ouder te allen tijde een legitimatiebewijs te kunnen tonen.

  19. Leerplicht en schoolverzuim
    Op grond van de Leerplichtwet is iedere jongere tussen 5 en 17 jaar, verblijvend in Nederland, verplicht volledig dagonderwijs te volgen aan een erkende school. Deze verplichting geldt tot het einde van het schooljaar waarin hij of zij 16 jaar wordt. Daarna geldt een gedeeltelijke leerplicht. De verplichting tot inschrijving van een leerplichtige jongere aan een erkende school is de verantwoordelijkheid van de ouders c.q. verzorgers. Op basis van de Leerplichtwet is schoolbezoek verplicht. Het toezicht op naleving van de leerplichtwet berust bij de gemeente en wordt in de praktijk uitgevoerd door de leerplichtambtenaar. De school heeft de verplichting aan de leerplichtambtenaar te melden wanneer leerlingen ongeoorloofd afwezig zijn. Dit kan zijn als een leerling zonder geldige reden de lessen niet volgt of als de leerling geregeld te laat komt. Bij ongeoorloofd verzuim overlegt de leerplichtambtenaar met de school over de te ondernemen stappen. Dit betekent veelal dat met de leerling en al dan niet met de ouders een gesprek plaatsvindt. Zonodig kan de leerplichtambtenaar een proces verbaal opmaken tegen de ouders of jongere. Voor informatie en advies kunt u contact opnemen met de leerplichtambtenaar van de gemeente waar u woont.