Leerlingenstatuut 2College Ruiven voor schooljaar 2015-2016 en 2016-2017.
 
1.            Leerlingenstatuut
1.1          Dit leerlingenstatuut legt de rechten en plichten van de leerlingen vast en tevens de daarmee samenhangende rechten en verplichtingen van de leden van de andere geledingen van het 2College Ruiven.
2.2                         Het leerlingenstatuut is van toepassing op leerlingen, personeel, locatieleiding en ouders(s)/verzorger(s).
 
2.          Geldigheidsduur
      Dit statuut is geldig voor een periode van maximaal twee jaar ingaand op het tijdstip van bekendmaking. Daarna volgt automatische verlenging voor eenzelfde periode, tenzij wijzigingen noodzakelijk zijn.
 
3.          Publicatie
      Het leerlingenstatuut wordt jaarlijks aan alle leerlingen uitgereikt en in alle klassen in de begeleidingslessen doorgenomen door de mentor.
 
4.          Het geven van onderwijs
4.1        De leerlingen hebben er recht op dat docenten zich inspannen om behoorlijk onderwijs te geven.
              Het gaat hierbij om zaken als:
              -                                redelijke verdeling van lesstof in de lessen;
              -                                goede presentatie en duidelijke uitleg van de stof;
              -                                kiezen van geschikte leermiddelen en werkvormen;
              -                                aansluiting van het opgegeven huiswerk bij de behandelde stof;
              -                                goede begeleiding naar een zelfstandig lerende leerling.
4.2        Als een docent volgens de leerling of een groep leerlin­gen zijn taak niet op een behoorlijke manier vervult, kan dat door de leerlingen aan de orde worden gesteld bij de teamleider.
4.3        De teamleider geeft de leerling binnen een week een eerste korte reactie, en uiterlijk binnen twee weken een definitieve reactie op de klacht.
4.4        Is/zijn de betrokken leerling(en) het niet eens met de reactie van de teamleider, dan kunnen zij een klacht indienen bij de vestigingsdirecteur.
 
5.          Het volgen van onderwijs
5.1        De leerlingen zijn verplicht om goed onderwijs mogelijk te maken en zich te houden aan de afspraken die gemaakt zijn ten aanzien van de goede orde op school.
5.2       Een leerling die de goede voortgang van de les stoort is verplicht na uitwijzing door de docent, de les te verlaten en zich te melden bij de leerlingcoördinator.
5.3        Tegen de leerling die de goede orde op school of in de klas verstoort, kunnen (straf)maatregelen worden genomen.
5.4        De leerling kan tegen een (straf)maatregel bezwaar aante­kenen bij de teamleider.
 
6.          Toetsing van het onderwijs
6.1        Alle toetsen worden vastgelegd in Magister.
6.2        Het toetsrooster is 2 weken voor aanvang van de eerste toets gepubliceerd/
6.3        Toetsing van het onderwijs kan gebeuren door middel van:
      a.              Proefwerken of studietoetsen. Deze worden minimaal één week tevoren 
                         aangekondigd. Het resultaat ervan telt mee voor het rapportcijfer.
b.               Mondelinge of schriftelijke overhoringen van opgege­ven huiswerk. Deze worden
al dan niet tevoren aangekondigd. Het resultaat ervan kan meetellen voor het rapportcijfer.
              c.              Diagnostische toetsen, bedoeld om de leerling en de docent inzicht te geven in hoeverre de leerstof begrepen en/of geleerd is. Deze worden al dan niet tevoren aangekondigd. Het resultaat ervan telt niet mee voor het rapportcijfer.
6.4        Van alle toetsen (proefwerken, werkstukken, spreekbeurten etc.) moet tevoren duidelijk zijn:
              a.              de stof, waarover de toets gaat
              b.             hoe het behaalde cijfer meetelt bij het vaststellen van het rapportcijfer.
6.4        Met uitzondering van de toetsenweek, waarin maximaal 3 toetsen per dag worden afgenomen, worden tijdens gewone schoolweken in de klassen 1 en 2 hoogstens  4 proefwerken per week met een maximum van 2 per dag gegeven. Daarnaast kunnen nog 4 schriftelijke overhoringen per week opgegeven worden.
              In de klassen 3 en 4 kunnen tijdens gewone schoolweken maximaal 5 proefwerken per week worden opgeven en voor extra-vakkers maximaal 6 proefwerken met een maximum van 2 per dag. Daarnaast kunnen maximaal 5 schriftelijke overhoringen (6 voor extra-vakkers) per week gegeven worden.
6.5        Aanbevolen wordt per dag niet meer dan één proefwerk in een moderne vreemde taal te geven.
6.4        Een docent moet ernaar streven de uitslag van een proefwerk of overhoring binnen vijf schooldagen bekend te kunnen maken. Indien hij voorziet, dat dit voor hem niet haalbaar is, is de uiterlijke termijn tien schooldagen. Nadat de cijfers bekend zijn bij de leerlingen, zorgt de docent ervoor dat deze cijfers binnen 2 werkdagen in Magister staan. Alleen na overleg met de teamleider kan hiervan afgeweken worden..
6.5        Docenten geven aan de leerlingen inzicht in de vorm van toetsing, weging en normering ervan.
6.6        Leerlingen hebben recht op inzage van de gemaakte toets en op nabespreking van de toets door de docent.
6.7        In geval van fraude neemt de docent een passende (straf)maatregel.
6.8        Een leerling die met een geldige reden niet heeft deelgenomen aan een toets, heeft het recht om alsnog getoetst te worden. Een leerling neemt bij het missen van een proefwerk of overhoring zo snel mogelijk zelf contact op met de docent. Hij haalt de toets in principe in  tijdens het PINuur.
6.9        Een leerling die door eigen schuld een proefwerk mist of te laat komt bij een proefwerk, heeft geen recht op een nieuw werk of extra tijd voor het werk.
 
7.          Werkstukken / spreekbeurten / presentaties
7.1        Wanneer het maken van werkstukken/verslagen en het houden van spreekbeurten (voor welk vak dan ook) onderdeel is van het onderwijsprogramma en meetelt in een rapportcijfer dient tevoren duidelijk te zijn aan welke normen e.e.a. moet vol­doen. Ook moet duidelijk zijn het tijdstip waarop en de gevol­gen van te laat inleveren of niet correct uitvoeren. Van werkstukken, verslagen en spreekbeurten, die meetellen voor een cijfer, dient vooraf bekend te zijn aan welke normen ze moeten voldoen en wat het gevolg is van te laat inleveren of niet correct uitvoeren.
 
8.          Rapporten
8.1        Een rapport geeft de leerling een overzicht van zijn prestaties voor de vakken over een bepaalde periode. Naast het rapport kunnen ook cijferoverzichten gegeven worden. Bij het kerst- en paasrapport worden opmerkingen van de vakdocenten op Magister toegevoegd. Jaarlijks worden de regels en normen voor overgang en toelating gepubliceerd in de Schoolgids.
8.2        Rapportcijfers mogen slechts worden vastgesteld op grond van cijfers voor bij 6.3 a en b en 7.1 genoemde toetsingen of gemiddelden van vorige trimesters.
8.3        De docent geeft de leerlingen inzicht in de totstandkoming van het rapportcijfer en van het jaarcijfer.
8.4        Op gegrond verzoek van de leerling of diens ouders moet de school een cijferoverzicht geven.
 
9.          Huiswerk
9.1        Docenten geven huiswerkverplichtingen duidelijk en tijdig aan en noteren dit in Magister.
9.2        Leerlingen moeten het huiswerk ook noteren in een agenda en mogen zich bij het niet voldoen aan de huiswerkverplichting niet beroepen op eventuele storingen van Magister.
9.3        Bij het opgeven van huiswerk houdt de docent rekening met de totale werkbelasting die van een leerling in alle redelijkheid geëist mag worden.
9.4        Een leerling die het opgegeven huiswerk niet heeft gemaakt, meldt dit vóór de les bij de
              betrokken docent.
9.5        De docent kan passende (straf)maatregelen nemen tegen leerlingen, die hun huiswerk
       niet of niet voldoende hebben gemaakt of geleerd.
9.6        Op de eerste schooldag na een vakantieperiode van minimaal een week worden geen toetsen en geen huiswerk gepland.
 
10.        Vrijheid van meningsuiting
10.1      Op school geldt in algemene zin vrijheid van meningsuiting. De in de grondwet en internationale verdragen vastgestelde vrijheid van meningsuiting wordt door iedereen gerespecteerd.
10.2      Ieder heeft het recht niet beledigd te worden in woord, gedrag of daad. Hieronder verstaan we ook ongewenste intimiteiten. Wie zich beledigd voelt, kan daarover een klacht indienen bij de locatieleiding.
10.3      Een leerling heeft, binnen de fatsoensnorm, recht op vrijheid van uiterlijk, zolang het geen gevaar oplevert voor anderen, aanstootgevend of kwetsend is.
10.4      De school kan alleen bepaalde kleding verplicht stellen wanneer deze aan bepaalde gebruiks- of veiligheidsei­sen moet voldoen.
10.5      De school kan niet verplichten om bij bepaalde lessen een schooltenue te dragen, behalve bij de lessen lichamelijke opvoeding en scheikunde.
10.6      Uitingen die de school (of scholen van 2College) kunnen schaden of de school in diskrediet kunnen brengen, staat de locatieleiding  van het Ruiven niet toe; zij zal in voorkomende gevallen passende maatregelen en/of sancties nemen.
10.7      De leerling kan met klachten inzake seksuele intimidatie, agressie of geweld in contact treden met de vertrouwenspersoon.
10.8      De hier beschreven rechten en voorschriften gelden ook ten aanzien van communicatie met behulp van (draadloze) technische media.
10.9      Het gebruik van (draadloze) technische media voor privédoeleinden is tijdens de les verboden.
 
11.        Publicatieborden
11.1      In het schoolgebouw is een voor de leerlingen be­stemd publicatiebord, waarop leerlingen, leerlingenraad en andere leerlingen-organisaties mededelingen van niet-commerciële aard kunnen ophangen.
11.2      De locatieleiding kan publicaties (laten) verwijderen, indien deze niet blijken te passen binnen de normen van het maatschappelijk verkeer en van de school.
 
12.        Bijeenkomsten
12.1      Voor schoolse activiteiten moeten de leerlingen in de school vergaderingen kunnen
              houden.
12.2      De locatieleiding stelt voor zulke bijeenkomsten, als er om gevraagd wordt, ruimte beschikbaar, binnen de feitelijke mogelijkheden van de school.
12.3      De locatieleiding is bevoegd een bijeenkomst van leerlin­gen te verbieden, indien deze het volgen van lessen door de leerlingen verhindert of verstoort.
12.4      De leerlingen zijn verplicht een ter beschikking gestelde ruimte op een behoorlijke wijze achter te laten.
12.5      De gebruikers zijn verantwoordelijk en aansprakelijk voor eventuele schade.
12.6      Voor de activiteiten van de leerlingenraad worden kopieerfaciliteiten ter beschikking gesteld.
12.7      Leerlingen hebben de mogelijkheid om met klachten of suggesties naar de leerlingenraad te gaan. Deze worden in de eerstvolgende vergadering van de leerlingenraad bespro­ken.
 
13.        Aanwezigheid
13.1      De leerlingen zijn verplicht de lessen te volgen voor het voor hen geldende rooster.
13.2      De locatieleiding bepaalt, waar de leerlingen tijdens de pauze of tussenuren dienen te verblijven.
13.3      De leerlingen mogen niet tijdens de les naar huis gestuurd worden om vergeten spullen op te halen.
13.4      Alle leerlingen verblijven tijdens de tussenuren op het schoolterrein. De leerlingen van de bovenbouw (klas 3 en 4) mogen bij expliciete toestemming van de conciërges  het terrein verlaten in tussenuren.
13.5      Leerlingen kunnen voor schoolactiviteiten, zoals  inhaalwerken, corvee en eventuele strafmaatregelen, tot 17u00 aanwezig zijn. Uitstapjes buiten de school kunnen ook tot in de avond duren. Deze worden tijdig aangekondigd.
 
14.        Straffen
14.1      Strafmaatregelen kunnen worden opgelegd door de locatieleiding en onderwijzend personeel. Na vooroverleg met de directie kunnen strafmaatregelen opgelegd worden door leden van het onderwijsondersteunend personeel.
14.2      Schorsingen kunnen uitsluitend worden toegepast door de locatieleiding, die de daarvoor geldende procedures volgt.
14.3      Lijfstraffen zijn verboden.
14.4      Bij het opleggen van een straf dient een aanvaardba­re verhouding te bestaan tussen strafmaat en ernst van de overtreding. Ook dient er - zo mogelijk - een verhouding te bestaan tussen aard van overtreding en straf.
14.5      Het moet duidelijk zijn voor wat voor overtreding de straf gegeven wordt.
14.6      De praktische uitvoering van de straf moet aan de eisen van redelijkheid voldoen.
14.7      Tegen het opleggen van straf kan de leerling in beroep gaan bij de locatieleiding, respectievelijk geschillencommis­sie (zie artikel . Het beroep heeft een opschortende werking.
 
15.        Orde en netheid in en buiten de school
      Elke leerling levert gevraagd en ongevraagd zijn bijdrage aan de orde en netheid op school. Hierbij valt speciaal te denken aan het opruimen van de eigen rommel, deelname aan de opruimploeg, alsmede aan het opvolgen van een desbetreffend verzoek van een surveillant.
 
16.  Onvoorziene gevallen
In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de locatieleiding.
 
17.          Rechtsbescherming en handhaving van dit statuut
17.1       Bij vermeend onjuiste of onzorgvuldige toepassing van het leerlingenstatuut kan iedereen bezwaar aantekenen bij degene die zodanig heeft gehandeld, met het verzoek de handelswijze in overeenstemming te brengen met het leerlingenstatuut. Ook kan hij/zij de hulp inroepen van de mentor en daarna, zo nodig, van de teamleider om zijn/haar recht te verkrijgen. Levert ook dat geen bevredigend resultaat op, dan kan de klacht neergelegd worden bij de geschillencommissie (zie artikel 19). Anonieme klachten worden niet in behandeling genomen.
 
18.        Geschillencommissie
18.1       Zodra er een geschil ontstaat tussen een leerling/ouder en een medewerker van de school,  waarbij een van beide partijen zich beroept op een artikel uit dit leerlingenstatuut en het is onmogelijk gebleken dat beide partijen in goed overleg tot een besluit komen, kan de partij een klacht indienen bij de teamleider. Als ook dit niet tot een bevredigende oplossing leidt, komt de geschillencommissie bijeen. Deze bestaat uit:
·         Eén leerling uit de leerlingenraad.
·         Eén ouder uit de ouderraad.
·         Eén docent uit de personeelsraad.
              De vestigingsdirecteur  is de voorzitter met stemrecht. Ter plekke wordt een
       secretaris gekozen. Bij staking van de stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
18.2      Bij onjuiste of onzorgvuldige uitvoering van het leerlingenstatuut is de teamleider de eerst aangewezen beroepsinstantie.
18.3      Indien de teamleider niet of - naar het oordeel van de leerling(en) - niet voldoende bevredigend heeft gereageerd, kan hiertegen bezwaar aangetekend worden bij de geschillencommissie.
18.4      Klachten dienen binnen 14 dagen schriftelijk te worden ingediend bij de vestigingsdirecteur.
18.6      Een besluit van de commissie is bindend voor alle betrokkenen.
18.7      De teamleider brengt een besluit van de commissie over aan de betrokkenen en handelt overeenkomstig dit besluit, tenzij dit in strijd blijkt met door de overheid en/of het bestuur gegeven voorschriften en regels.
 
19. Slotbepaling
Het statuut treedt met onmiddellijke ingang in werking nadat de instemming van de medezeggenschapsraad is verkregen. Dit leerlingenstatuut werd door de schoolleiding van 2CR voorgelegd aan de leerlingenraad en kreeg de instemming van de raad op xx oktober 2015.
 
Datum ondertekening:                                                                   Datum ondertekening:
 
------------------------------                                                                            ------------------------------
 
Naam (lid leerlingenraad):                                                             Naam (vestigingsdirecteur):
 
 
----------------------------------------------------------                             ----------------------------------------------------------
 
 
Handtekening:                                                                                   Handtekening:
 
 
 
----------------------------------------------------------                             ----------------------------------------------------------