Begeleiding op maat

2College Ruiven hecht veel waarde aan een goede leerlingbegeleiding. Wij werken met een geïntegreerde leerlingbegeleiding. Dit houdt in dat er gedurende het hele onderwijsleerproces aandacht wordt besteed aan de studievaardigheid, de sociaal-emotionele ontwikkeling en aan de loopbaanoriëntatie van de leerling. De ontwikkeling van de leerling op deze drie gebieden is het uitgangspunt van systematische leerlingbegeleiding.

Mentor

De mentor is de spil van de leerlingbegeleiding. Hij/zij heeft de zorg voor een groep leerlingen en is voor de leerlingen het eerste aanspreekpunt op school. De mentor helpt en begeleidt de leerlingen zowel wat betreft schoolresultaten als op sociaal-emotioneel gebied en hij/zij is de belangrijkste schakel tussen thuis en school. In leerjaar 2, 3 en 4 begeleidt de mentor de leerlingen ook bij het kiezen van vakken, een sector en een vervolgopleiding. Dat gebeurt in samenspraak met de schooldecaan. Elke week staat er voor de leerlingen een begeleidingsles op het programma. In dit lesuur is er o.a. aandacht voor studie, voortgang en omgang met elkaar. In de onderbouw hanteren we het principe van het ‘dubbelmentoraat’: één klas heeft twee mentoren. Elke mentor heeft maximaal 15 leerlingen onder zijn hoede, waardoor de begeleiding intensiever kan zijn. In de bovenbouw is er per klas één mentor.

Begeleidingslessen

Tijdens de begeleidingsles, gegeven door de mentor(en), wordt aandacht besteed aan algemene informatie omtrent de school, aan studievaardigheden en aan sociale vaardigheden. Verder houdt de mentor het individuele leerproces in de gaten, worden studieresultaten besproken en voor eventuele problemen oplossingen gezocht. In het tweede, derde en vierde leerjaar oriënteren de leerlingen zich tijdens de begeleidingsles ook op de verdere schoolloopbaan en toekomstig beroep. De mentor wordt daarbij bijgestaan door de schooldecaan.

Huiswerkbegeleiding

Op het Ruiven hebben leerlingen de mogelijkheid om 4 middagen in de week naar de huiswerkbegeleiding te gaan. Tijdens deze uren maken leerlingen huiswerk onder begeleiding. Proefwerken worden door de docenten overhoord en gemaakt werk wordt gecontroleerd. Wanneer
hulp nodig is, kan die geboden worden.

Schoolvragenlijst / SAQI. (School Attitude Questionnaire Internet) 

Eenmaal per jaar wordt onder de leerlingen van de onderbouw de schoolvragenlijst afgenomen. Deze geeft een beeld van hoe de leerling de school, de leraren en de medeleerlingen ervaart. De resultaten van de SAQI worden met de leerling en eventueel hun ouders besproken. Een van de uitkomsten kan zijn dat de leerling sociale vaardigheidstraining of faalangstreductietraining aangeboden krijgt.

Onderzoek GGD

In het tweede leerjaar krijgen alle leerlingen een uitnodiging voor een gezondheidsonderzoek dat wordt afgenomen door de jeugdverpleegkundige van de GGD. Hierbij wordt aandacht besteed aan de gezondheid in het algemeen en aan een gezonde leefwijze.

Screening

Begin september maken alle brugklassers een toets begrijpend lezen en een spellingstoets. Naar aanleiding van de resultaten van deze toetsen kunnen leerlingen in aanmerking komen voor extra ondersteuning. Het kan voorkomen dat de Remedial Teacher bij een aantal leerlingen nader onderzoek verricht. Via de mentor krijgen alle ouders/verzorgers van de brugklassers bericht over de resultaten en het eventuele vervolgtraject.

Vakondersteuning

Tijdens de vaklessen en/of de screening kan naar voren komen dat een leerling extra begeleiding voor een bepaald vak nodig heeft. Daarvoor hebben we vakondersteuning op het rooster staan voor de vakken Nederlands, Engels, Frans, Spaans en wiskunde. Dit start na de herfstvakantie. Aan het einde van ieder trimester wordt door de vakdocenten bepaald welke leerlingen eventueel extra ondersteuning nodig hebben. Deze leerlingen krijgen gedurende een periode van 6 tot 8 weken eenmaal per week extra uitleg in het vak waarmee zij moeite hebben.

Sociale vaardigheidstraining

Vanaf de kerstvakantie kunnen leerlingen indien nodig deelnemen aan de sociale vaardigheidstraining. Deze wordt gegeven door twee leerkrachten van wie er minimaal één speciaal is geschoold voor het geven van deze training. N.a.v. de uitkomst van de SAQI, op aanraden van de lerarenvergadering of op verzoek van ouders of van andere instanties kan de leerling gaan deelnemen aan de sociale vaardigheidstraining. Dit gebeurt in overleg met de ouders.

Beter omgaan met faalangst

Leerlingen die last hebben van faalangst of spanningen bij toetsen, kunnen deelnemen aan een speciale training om beter met die spanning om te leren gaan: de faalangstreductietraining. Dit gebeurt in overleg met de ouders. Ook deze training wordt gegeven door twee leerkrachten van wie er minimaal één speciaal is geschoold in het geven van deze training.

Remedial teaching

Leerlingen met een specifieke leerstoornis zoals dyslexie kunnen in aanmerking komen voor Remedial Teaching. De Remedial Teacher coördineert zaken rondom de dyslectische leerlingen. Slechts een klein gedeelte van de leerlingen komt in aanmerking voor individuele begeleiding.

Dyslexieprotocol

Op 2College Ruiven wordt met een dyslexieprotocol gewerkt. Dit protocol is van toepassing op leerlingen die in het bezit zijn van een dyslexieverklaring. Volgens dit protocol hebben dyslectische leerlingen recht op dispensatie/compensatie. Verder hebben zij een dyslexiepas (faciliteitenkaart), waarop vermeld staat van welke hulpmiddelen zij gebruik mogen maken.

LOB / Schooldecanaat

De schooldecaan coördineert en verzorgt de loopbaanoriëntatie en –begeleiding. Voor leerlingen en ouders organiseert hij samen met de mentoren activiteiten om leerlingen in de gelegenheid te stellen zich te oriënteren op de relevante aspecten van het keuzeproces tijdens hun (school)loopbaan. Aangestuurd door de mentor werkt de leerling aan zijn eigen toekomstdossier, waarvan alle onderdelen digitaal beschikbaar worden gesteld via de site van 2College of via de electronische leeromgeving (N@tschool).

Zorgcoördinator (Zoco)

Op 2College Ruiven is een zorgcoördinatoraangesteld. Zij/hij houdt zich bezig met het signaleren en oplossen van problemen en/of het bieden van begeleiding op maat en komt in actie als de begeleiding door de docent/mentor niet toereikend is. Ook vervult zij/hij een sleutelrol 51 bij het voorbereiden, adviseren, coördineren en uitvoeren van alle maatregelen die betrekking hebben op de begeleiding op maat.

Vertrouwenspersoon

De vertrouwenspersoon heeft als taak zorg te dragen voor de opvang en de begeleiding van leerlingen met ervaringen op het gebied van seksuele intimidatie, agressie en/of geweld.

Structuur en overleg voor de begeleiding op maat

Een algemene doelstelling van onze school is leerlingen in staat te stellen hun schoolloopbaan te doorlopen op een passend niveau wat betreft capaciteiten en interesses. Hiertoe wordt getracht zoveel mogelijk omstandigheden te creëren waarin de leerling optimaal kan functioneren, zowel wat betreft prestaties als welbevinden. Er kunnen zich echter situaties voordoen die het behalen van deze doelstelling verstoren. Niet zelden zijn stagnerende onderwijsresultaten een symptoom van onderliggende oorzaken bij de leerling en/of zijn directe omgeving: ook de sociaal-emotionele problematiek is de zorg van de school. Hiertoe heeft de school onderstaande begeleidingsstructuur ingericht. Op de eerste lijn (dagelijkse begeleiding) staan de mentoren en de vakdocenten die met de dagelijkse problemen van leerlingen te maken hebben. Deze personen zijn de eerst aangewezenen als er begeleidingsmaatregelen nodig zijn. De mentor vervult hierin een spilfunctie. De tweede lijn bestaat uit mensen binnen de school die een specifieke deskundigheid hebben en op basis van die deskundigheid activiteiten uitvoeren: de schooldecaan, de interne coördinator leerlingenzorg, de remedial teacher, de vertrouwenspersoon, de trainers voor faalangstreductie en sociaal vaardigheidstrainers. Dit zijn allemaal mensen die in de school werken en zich bezighouden met het signaleren en oplossen van problemen en/of het bieden van begeleiding op maat. Zij komen in actie als de begeleiding door de docent of mentor niet toereikend is. Tenslotte is er de derde lijn. In deze lijn bevinden zich externe begeleiders en hulpverleners; mensen die niet in dienst zijn van de school maar wier deskundigheid in de school, dan wel in samenwerking met de school, wordt ingezet. Onderdeel van de begeleidingsstructuur van onze school is het zogenaamde zorgoverleg. Wij onderscheiden het intern zorgoverleg en het extern zorgoverleg. Het intern zorgoverleg vindt tweewekelijks plaats. Hieraan nemen de volgende personen deel: de interne coördinator leerlingenzorg, de schoolmaatschappelijk werker, de vertrouwenspersoon en de remedial teacher. Eens in de 4 à 5 weken, of waar nodig eerder, vindt terugkoppeling plaats met de teamleiders. Het extern zorgoverleg vindt zeswekelijks plaats. Bij het extern zorgoverleg zijn de volgende personen/instanties aanwezig: een vertegenwoordiger van de GGD, de GGZ, het school maatschappelijk werk, de politie, de leerplichtambtenaar, de interne coördinator leerlingenzorg, de vertrouwenspersoon en de teamleider. Leerlingen waarover zorg bestaat, zullen, indien daartoe aanleiding is (het onderwijsleerproces is verstoord of dreigt verstoord te raken), altijd in het zorgoverleg besproken worden. Deze besprekingen kunnen leiden tot maatregelen op zorgniveau intern, maar ook in doorverwijzing naar externe hulpverlening. Ook kan een beroep worden gedaan op extra zorg middels het Regionaal Samenwerkingsverband. In dat geval wordt de leerling aangemeld bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg. Bij het extern zorgoverleg zijn de volgende personen/instanties aanwezig: vertegenwoordigers van de GGD, de GGZ, het schoolmaatschappelijk werk en de politie, de leerplichtambtenaar, de interne coördinator leerlingenzorg, de vertrouwenspersoon en de teamleider. Tijdens het zorgoverleg werken wij volgens het privacyprotocol zorgoverleg dat ter inzage ligt op school.