Vanuit OMO is in het schooljaar 2005 / 2006 een ander professionaliseringstraject OD gestart. Dit document geeft weer hoe dit traject is opgezet.
De Raad van Bestuur heeft op grond van de conceptbeschrijvingen van Opleidingsdocent een trainingstraject uitgezet. Als dit met goed gevolg wordt afgelegd, dan ontvangt de opleidingsdocent een certificaat van OMO-Opleidingsdocent.
Drie lerarenopleidingen zijn aangezocht offerte uit te brengen: Het ILS, Fontys Hogescholen en de Archimedes Lerarenopleiding van de Hogeschool Utrecht. De offerte moest de volgende punten behandelen:
Aandachtsgebieden nieuwe cursus Opleidingsdocenten
- Beleid ten aanzien van opleiden op school
- OCenW
- OMO-fontysproject
- OMO-beleidskaders
- Beleid ten aanzien van IPB
- Bekwaamheidsdossiers
- Duale taakprofielen van studenten
- Taakprofiel van de schoolpracticumdocent
- Eigen rol en beschrijving OMO-functieboek
- Ontwikkeling van de eigen school, gewenste ontwikkeling enz.
- Begeleiden
- Begeleidingsvaardigheden
- Collegiale consultatie
- Intervisie
- Supervisie
- Opleiden
- Achtergronden competentieontwikkeling (SBL, schoolbeleidrol van competentiegericht leren enz.)
- Inrichting huidige curriculum op de lerarenopleiding
- Regelingen zij-instroomtrajecten, kopopleidingen
- Opleiden op school
- OMO-Fontyspilotscholen en producten
- LIO-schap
- Producerend leren
- Ontwerpen van leeromgeving
- Didactiek en competentieontwikkeling
- Educatieve voorzieningen
- Kwaliteitszorg en opleiden op de school
- Assessessment
- Summatief assessment (OMO-Fontysvariant: beoordelend assessment in het OMO-Fontysproject)
- Formatief assessment (OMO-Fontysvariant: ontwikkelingsgericht competentieonderzoek)
- Achtergronden van assessment
- Toepassing, training en technieken van beoordelend assessment (zie opmerking beneden)
Bovendien moest er worden voorzien in verwerkingsopdrachten voor de deelnemers op school. Enz.
Op basis van het intakegesprek zal vastgesteld worden welke onderdelen de cursist nog moet volgen. De beoordeling is in handen van een onafhankelijke examencommissie.
Hierop reageerden de aangezochte lerarenopleidingen met volledig uitgewerkte scholingsplannen.
Deze zijn beoordeeld vanuit de voorgelegde punten. De mate waarin de OMO-scholen en met name de pilot 2College als uitgangspunt werden genomen telde bij de beoordeling mee. De Archimedes Lerarenopleiding scoorde op alle punten redelijk tot zeer goed, terwijl de twee andere aanbieders minder scoorden. Vandaar dat de Raad van Bestuur zijn keuze liet vallen op de Utrechtse lerarenopleiding.
In 2003 heeft Anja Ossenblok (trainer/adviseur sr.) Centrum Archimedes te Utrecht de opdracht gekregen van het bestuur van de Gooise Scholen Federatie het bestaande opleidingstraject voor opleidingsdocenten te herontwerpen in het kader van het Samen Opleiden. Na de pilotfase is dit professionaliseringstraject meerdere malen naar tevredenheid uitgevoerd voor scholen binnen het Utrechtse model.
In 2005/2006 heeft Jos Hulsker Centrum Archimedes ( Anja Ossenblok) benaderd. Het traject is in samenwerking met Jos Hulsker verder aangepast binnen de kaders van de visie van OMO.
Het traject is voor het eerst uitgevoerd voor OMO door Anja Ossenblok en Marieke Hümmels in 2005 / 2006. Hieronder is de opzet beschreven.
Concretisering van de uitgangspunten:
a. We staan een lerende aanpak voor
De principes die gelden voor een professionaliseringstraject moeten congruent zijn met de onderwijsideeën die er leven d.w.z. competentiegericht en duaal.
b. De werkplek is een krachtige leerwerkplek
Het professionaliseringstraject wordt daarom ook duaal /praktijkgericht opgezet.
Dit betekent dat de praktijk voor een belangrijk deel leidend is voor de inhoud van het professionaliseringstraject. Daarmee wordt ook recht gedaan aan de verschillende units/afdelingen, context en praktijksituaties van de deelnemers. Leren van en met elkaar staat centraal. Resultaten in het werk zijn het doel van het leren
c. Deelnemers worden uitgenodigd hun eigen leren te sturen
De basis voor elk professionaliseringstraject is een competentieprofiel. Is er een profiel in de organisatie ontwikkeld, dan wordt deze gebruikt. Is er geen profiel beschikbaar dan wordt deze bij de start van het traject in samenwerking met de opdrachtgever en de deelnemers ontwikkeld. We werken met leervragen gekoppeld aan het competentieprofiel en het takenpakket.
De uitwerking van leervragen en praktijkopdrachten vormen vaste punten in het professionaliseringstraject en zijn daarmee ook de ruggengraat van het proces. Op deze manier wordt werken en leren gecombineerd en gestimuleerd.
De opzet van de professionaliseringstraject bestaat uit een individueel en collectief deel en is in grote lijnen als volgt:
Individueel intakegesprek
Het traject start met een individueel intakegesprek waarin gesproken wordt over de rol van de begeleider, de leervragen van de deelnemer en de deelnemer als persoon (interessen, achtergrond, et cetera). Er zal een (concept)competentieprofiel worden uitgereikt. Afhankelijk van de status van dit profiel wordt de deelnemer gevraagd deze aan te vullen en aan te passen aan de eigen situatie. Op basis van dit competentieprofiel formuleert en concretiseert men leervragen.
Een startbijeenkomst markeert het begin van het professionaliseringstraject
Tijdens deze bijeenkomst worden de persoonlijke (competentie)profielen besproken en/of de leervragen. Op grond van het competentieprofiel maken de deelnemers hun eigen Persoonlijk OntwikkelPlan (POP) met daarin opgenomen leervragen, doelen en leeractiviteiten. Deze POP’s worden gezamenlijk besproken en de groepsleden worden uitgenodigd feedback te geven op de verschillende plannen. Het POP is echter wel een middel en geen doel op zich
De deelnemers krijgen methodieken en instrumenten aangereikt om de eigen competenties in kaart te kunnen brengen om leervragen te achterhalen en te concretiseren etcetera.
Tijdens de startbijeenkomst wordt ook een start gemaakt met intervisie, om het leren tijdens het werk te ondersteunen en belangrijke ervaringen uit te wisselen.
Na deze bijeenkomst bespreekt de deelnemer het opgestelde persoonlijke profiel en de POP met zijn leidinggevende.
Overige bijeenkomsten
Tijdens de bijeenkomsten worden verschillende instrumenten aangereikt die een bijdrage leveren aan het beantwoorden van de leervragen van de deelnemers. Er wordt gewerkt met een werkboek / portfoliomap waarin de verschillende ervaringen en opgedane kennis verzameld wordt. Tijdens iedere bijeenkomst wordt gereflecteerd op activiteiten die de deelnemer in de praktijk heeft uitgevoerd. Het is belangrijk dat de deelnemer leren alledaagse situaties te herkennen als leersituatie. Daarnaast zullen de leervragen en eigen ervaringen gekoppeld worden aan het eigen maken van bepaalde vaardigheden en het verhelderen van theoretische modellen, onderwijsmethodieken en concepten. Afhankelijk van leervragen kan een keuze gemaakt worden voor verschillende leerinhouden uit het aanbod van de trainingen (leerroutes) voor opleiders in de school.
Tijdens de gezamenlijke bijeenkomsten kan gewerkt worden aan:
- Reflectie op leervragen en uitgevoerde praktijkactiviteiten (combinatie van leren en werken).
- Een theoretische onderbouwing en verkenning van conceptuele kaders rondom begeleiden en opleiden.
- Het trainen van begeleiding- en coachingsvaardigheden (pedagogische en didactische vaardigheden).
Voortgangsgesprek
Ongeveer halverwege het professionaliseringstraject worden voortgangsgesprekken gehouden. Dit is een gesprek tussen de deelnemer, een trainer van Archimedes Training en Advies en indien mogelijk/wenselijk ook de leidinggevende of coach van de deelnemer. Het gesprek wordt gevoerd aan de hand van het POP en het portfolio van de deelnemer. In het portfolio van de deelnemer is minimaal een evaluatie opgenomen van zijn/haar leidinggevende.
Afsluiting
Het traject wordt afgesloten met een portfoliogesprek. Ook dit is een gesprek tussen de deelnemer, een trainer van Archimedes Training en Advies en indien mogelijk/wenslijk de leidinggevende of coach van de deelnemer. Het portfoliomateriaal vormt de basis van het gesprek en moet voor een belangrijk deel aantonen hoe de deelnemer zich tijdens het professionaliseringstraject ontwikkeld heeft richting het competentieprofiel
Daarnaast moet de deelnemer in staat zijn handelen te plaatsen in de context van het werk en daarbij moet hij zijn handelen kunnen koppelen aan verkregen inzichten vanuit relevante literatuur en theoretische concepten.
Er is tijdens het traject met verschillende bekende instrumenten zoals Belbin, Ofman,Kolb etc. gewerkt. Deze staan echter nooit los van de context en het eigen leerproces.
Verder worden de deelnemers geacht zich door middel van literatuur en theorie zich voor te bereiden op de bijeenkomsten. Ook wordt van de deelnemers verwacht dat zij een vertaling van de theorie naar de eigen werkomgeving kunnen maken. Dit is een onderdeel binnen het portfolio
Tijdsinvestering
Het traject bestaat uit 7 bijeenkomsten die elkaar opvolgen met een tussenpauze van ongeveer 3 weken. Hiervan hebben vijf bijeenkomsten een duur van 5 uur en twee bijeenkomsten een duur van 7 uur. Naast de bijeenkomsten is er een intakegesprek, een voortgangsgesprek en een eindgesprek.
Tussendoor werken deelnemers aan hun POP, portfolio en opdrachten ter voorbereiding aan de bijeenkomsten.