​Blog 6: Boedapest

Ik weet het nog als de dag van gisteren. Het moet op zondag 4 november 1956 zijn geweest. Die dag hoorde ik voor het eerst de naam Boedapest. Ik was net 8 jaar geworden en liep met mijn vader naar de hoogmis. Onderweg spraken de mensen elkaar allemaal aan en ze keken bezorgd. Een man vroeg aan mijn vader, die in Hilvarenbeek onderwijzer was: Weh denkte mister, zal de bom valle? Wat was er aan de hand?
 
Die morgen had de radionieuwsdienst bekend gemaakt dat Russische troepen Hongarije waren binnen gevallen om de opstand, die de Hongaren tegen de Russen begonnen waren, de kop in te drukken. De radio van de opstandelingen smeekte het westen om de opstandelingen te hulp te komen. De Oostenrijkse radio meldde, dat grote groepen vluchtelingen vanuit Boedapest op weg waren naar de Oostenrijkse grens. De mensen verwachtten dat er elk moment, een oorlog zou uitbreken tussen de Amerikanen en de Russen. En ze vreesden dat er in die oorlog gebruik zou worden gemaakt van de bom: de atoombom.
Blog6_1.png
 
In de dagen en weken na 4 november werden er via de radio en de kranten, berichten  en foto’s verspreid over de dappere Hongaren die met molotovcocktails vochten tegen de Russische tanks. Er werden inzamelingsacties gehouden voor de Hongaarse vluchtelingen die in Oostenrijk in vluchtelingen kampen zaten. Eind november kwamen er treinen met Hongaarse vluchtelingen naar Nederland die hier mochten gaan wonen.
Er werden echter geen Amerikaanse troepen naar Europa gestuurd om te gaan vechten en ook de VN greep niet in. Waarom niet, vroegen veel mensen zich af!
 
Om een antwoord te krijgen op die vraag moeten we terug naar het jaar 1944. De Duitsers leden in oost Europa zware verliezen en het zag er naar uit dat ze de oorlog gingen verliezen. Tijdens de 2e wereldoorlog waren de Amerikanen, Engelsen en Russen bondgenoten. Samen vochten ze tegen Hitler. Tijdens de oorlog kwamen de leiders van de geallieerden, zo noemden de Amerikanen, Engelsen en Russen hun bondgenootschap, regelmatig bijeen om te praten over de strijd en wat er moest gebeuren met Europa na de oorlog.
Churchill vond dat president Rooseveldt van de VS te toegefelijk was tegenover Stalin. Hij verwachtte na de oorlog grote problemen in Europa. Hij was bang dat de Russen veel te veel macht in Europa zouden krijgen. Daarom was hij in de herfst van 1944 naar Moskou gereisd om hier met Stalin over te praten.
Nadat ze eerst goed hadden gegeten, zaten Churchill en Stalin ’s avonds een lekker glaasje te drinken. Stalin rookte zijn pijp en Churchill zijn sigaar.  Churchill schrijft hierover in zijn dagboek:
“Laten we eens proberen een regeling te ontwerpen  voor onze belangen op de Balkan….
Ik schreef op een velletje papier (sommige boze tongen beweren, op de achterkant van zijn sigarendoos) Rusland 90 % en de anderen 10% van Roemenie. Groot Brittanie 90% en Rusland 10% van Griekenland, Joegoslavië fifty fifty, Hongarije fifty fifty.
Rusland 75% van Bulgarije de anderen 25%. Ik schoof dit over de tafel heen naar Stalin…
Er was een korte stilte. Vervolgens nam Stalin zijn blauwe potlood, zette er een groot accoordteken bij en gaf het papier terug.
Na een lange stilte zei ik. Zouden de mensen  het niet raar vinden, dat wij onderwerpen, die voor miljoenen mensen zo beslissend zijn, op zo’n luchtige manier hebben afgedaan? Laten we het papier verbranden. Neen, bewaart u het maar zei Stalin.”
Blog6_2.jpgOp 9 oktober 1944 werd zo de toekomst van de Balkan en de rest van Europa bezegeld. Op basis van wat Churchill en Stalin die avond hadden afgesproken, zou Europa na 1948 uiteenvallen in twee invloedsferen. Een westerse invloedsfeer, het gebied van door het westen (de VS en Engelsen) bevrijde landen. En een Russische invloedsfeer, het gebied van de door de Russen bevrijde landen. In die invloedsferen zouden de Russen en Amerikanen kunnen doen en laten wat ze wilden, zonder dat de ander zich daarmee zou bemoeien.
Toen de Hongaren in 1956 in opstand kwam tegen de Russen deed het westen dus niets tegen de Russen die met grof geweld de opstand onderdrukten. Hongarije was door de Russen bevrijd, dus de Russen konden er doen en laten wat zij wilden, ook al vond men dat in het westen afschuwelijk.
 
In 1968 probeerden de Tsjechen om het communisme in hun land een menselijker gezicht te geven. Ook toen grepen de Russen in met tanks en ook toen keek het westen vol afschuw toe maar deed het niets. Pas toen Gorbatsjov  aan de macht kwam (1985) en in 1988 verklaarde dat Rusland niet langer zou ingrijpen als landen binnen hun invloedsfeer een andere weg wilden gaan, konden de Hongaren en de Tsjechen hun gang gaan en schaften ze het communisme af.
 
In 1957 kreeg ik op mijn verjaardag het boek: Vlucht uit Boedapest. Ik heb het helemaal stuk gelezen.