​Blog 2: Een heilige stad

Zoals ik in blog 1 heb verteld, hebben de veroveringen van de Turken een enorme invloed gehad op de geschiedenis van Europa. De eerste keer dat de Europeanen met de Turken in aanraking kwamen was rond 900 n. Chr.
 
Voor de bewoners van West Europa die toen allemaal christen waren, was Jeruzalem een heilige stad omdat Jezus, de zoon van God, daar geleefd heeft en gekruisigd werd. Veel Christenen maakten daarom pelgrimstochten (een pelgrimstocht is een reis naar een heilige plaats) naar Jeruzalem. In die tijd konden christenen en moslims redelijk goed met elkaar overweg omdat in de Koran staat dat de profeten van de Joden, zoals Abraham en Jezus, ook profeten zijn voor de moslims. Daarom zegt Mohammed dat joden, christenen en moslims broeders van elkaar zijn, die elkaar moeten respecteren. Christenen uit heel Europa konden om die reden veilig op pelgrimstocht naar Jeruzalem gaan.
Dat veranderde rond 900 toen de Turken delen van het huidige Turkije veroverden. Er kwamen steeds meer berichten dat pelgrims door Turken werden lastig gevallen en soms zelfs gedood.
 
Jeruzalem is ook voor moslims een heilige stad. In de koran staat dat Mohammed op een nacht, door een engel mee naar Jeruzalem werd genomen, naar de plek waar Abraham zijn zoon wilde offeren. Toen Mohamed daar was aangekomen, daalde er een ladder uit een wolk en Mohammed klom via die ladder naar de hemel. Daar heeft hij met alle profeten, waaronder Jezus gesproken. In 637, kort na de dood van Mohammed (632), hebben Arabische Moslims Jeruzalem veroverd. Op de plaats waar Mohammed, volgens de Koran, naar de hemel is gegaan hebben ze een prachtige moskee met een gouden koepel gebouwd, de El Aqsa moskee. Lange tijd was Jeruzalem de belangrijkste stad van de Islam. Pas later werd Mekka het centrum van hun godsdienst.

Iblog2.jpgn 1077 veroverde een Turks leger Jeruzalem. De Turken zijn Soennitische moslims. Na de dood van Mohammed in 632 n. Chr. kwam er onenigheid onder de moslims, over de vraag wie Mohammed moest op volgen. Er ontstonden 2 groepen, Soennieten en Sjiieten. Zij bevochten elkaar op leven en dood. ( Ze doen dit 1400 jaar later nog steeds. Volg de berichten maar over bomaanslagen in Syrië, Irak en Pakistan.) Daarom werden alle sjiitische inwoners van Jeruzalem door de Turken vermoord. Daarnaast werden alle kerken en synagogen (joodse kerken) in brand gestoken.
 
Toen de paus dit hoorde, werd hij woedend en riep alle ridders in Europa op, om een heilige oorlog, een kruistocht, tegen de moslims te beginnen. De paus beweerde dat de moslims ongelovigen waren die uit het heilige land verdreven moesten worden. In 1099 lukte het een christelijk ridderleger om Jeruzalem te heroveren. Om dit feestelijk te vieren werden de inwoners van de stad, moslims en Joden, afgeslacht en wie het overleefde, werd als slaaf verkocht. In 1187 werd Jeruzalem door Saladin, een Arabische moslim, op de christenen terugveroverd. Saladin richtte geen bloedbad aan. Hij hield zich aan wat er in de Koran geschreven staat. Hij gaf christenen het recht om bij hun heilige plaatsen te bidden. Zo bleef Jeruzalem bleef tot 1948 in moslim handen.
 
De kruistochten, er werden er 9 gehouden, zijn een traumatische gebeurtenis geweest. (Een traumatische gebeurtenis is een gebeurtenis, die lange tijd ernstige gevolgen heeft.) Sinds de kruistochten is het tussen de christenen en de moslims eigenlijk nooit meer goed gekomen. Vooral omdat de christenen, de moslims als ongelovigen beschouwden, die te vuur en te zwaard bestreden moesten worden. Het wantrouwen tussen de christenen en de moslims bestaat dus al eeuwen. In de 20e eeuw is dit wantrouwen alleen maar groter geworden en ook nu weer speelt Jeruzalem hierin een belangrijke rol.
 
In 1948 toen de joodse staat Israël ontstond, hebben de Israeli’s alles in het werk gesteld om Jeruzalem te veroveren want Jeruzalem is ook voor de Joden een heilige stad. De joden hebben Jeruzalem rond 1900 v. Chr. gesticht, op de plaats waarover in de Bijbel het volgende geschreven staat.
Op een dag droeg God, Abraham de stamvader van de Joden, op om zijn zoon Isaak te offeren. (Offeren wil zeggen dat Abraham zijn zoon moest doden en daarna het lijk verbranden ter ere van God.) Op die manier wilde God er achter komen of Abraham wel echt van God hield. Abraham gehoorzaamde maar op het moment dat Abraham zijn zoon wilde doodsteken, kwam er een engel uit de hemel, die Abraham tegen hield. De engel vertelde Abraham dat God hem zou belonen omdat hij bereid was zijn liefste bezit, zijn zoon, voor hem te offeren. God zou Abraham en al zijn nakomelingen al het land geven zo ver hij kon kijken. En God zou er voor zorgen dat Abraham net zoveel nakomelingen zou krijgen, als er korreltjes zand zijn op het strand.
Op de plek waar God zijn belofte aan Abraham deed, werd Jeruzalem gebouwd. Jeruzalem en het land Israel zijn daarom voor de Joden niet zomaar een land en een stad, maar heilige plekken die God zelf aan hen gegeven heeft.
 
Sinds 1967 heeft Israel heel Jeruzalem veroverd. Alhoewel de VN heeft gezegd dat het niet mocht, trekt Israel zich hier niets van aan. Het heeft Jeruzalem zelfs tot hoofdstad van Israel gemaakt. Moslims in de hele wereld voelen zich hierdoor erg beledigd. Omdat Israel door de Amerika en de Europeanen gesteund wordt, zijn sommige moslims daarover zo woedend, dat zij zich met terreuraanslagen wreken voor het verlies van Jeruzalem.