Omhoog
Aanmelden
Daan Koster

​Daan Koster, docent geschiedenis onderbouw TTO: ‘TTO is een uitdaging voor de rest van je leven!’

‘De ideale TTO-leerling is gemotiveerd, heeft plezier in leren en gaat graag extra uitdagingen aan in een andere taal. Hij of zij is dus bereid om iets extra’s te doen. We willen leerlingen nog meer dan in het reguliere havo en vwo, klaarstomen voor een vervolgopleiding op maat, die vaak ook tweetalig is.’
 
Daan Koster is docent geschiedenis in de onderbouw (Junior School) van TTO. Het belangrijkste aspect van de opleiding vindt hij de leerling ‘zelfzeker’ maken. ‘Leerlingen kunnen in het Engels presenteren, weten hun sterke en zwakke punten en zijn zich bewust van hun wereldburgerschap.’ TTO-leerlingen plukken al vroeg in de opleiding de vruchten van hun extra investering. Ze durven veel meer, zijn zelfzekerder, en zijn vaardig in presenteren en discussiëren, ook in een vreemde taal.
 
Presentaties zijn een wezenlijk onderdeel van de opleiding. Je moet dus als leerling niet bang zijn om een groep toe te spreken. Natuurlijk gaan we je hierbij begeleiden. Er wordt gedurende de hele opleiding veel aandacht aan besteed, met name bij de lessen Engels en Global Citizenship. Naast het vlot leren spreken en schrijven in het Engels, gaat het bij TTO ook vooral om de ontwikkeling van wereldburgerschap. Door onze cultuur te vergelijken met andere culturen word je je bewust van de verschillen. Een leuk voorbeeld is de opdracht om in een ander land reclame te maken voor een bepaald product. Dit doet een beroep op je inlevingsvermogen in andere culturen.
 
Ons streven is om bij TTO vakoverstijgend onderwijs te bieden. Wereldburgerschap komt dus niet alleen aan de orde bij het vak ‘Global Citizenship’, maar zit  als het ware verankerd in alle vakken. Daan geeft een voorbeeld bij de les geschiedenis:
‘We hebben het in het tweede leerjaar over de ontdekkingsreizen. Ik daag de leerlingen dan bijvoorbeeld uit, om te onderzoeken hoe de Spanjaarden er in no-time in slaagden bijna heel Latijns Amerika in hun macht te krijgen met een relatief klein leger. Leerlingen trekken in eerste instantie vaak de verkeerde conclusie, namelijk dat er sprake was van onderontwikkelde volkeren, aangezien ze totaal overlopen werden. Maar als ze zich vervolgens echt gaan verdiepen in de geschiedenis van de cultuur, blijkt dat er in die tijd verschillende niet-Europese volkeren waren met enorm ontwikkelde beschavingen. Ze hadden steden, irrigatiesystemen, verschillende ambachten, et cetera. Het voornaamste verschil was dat de Europeanen verder waren in de ontwikkeling van wapens en enkele uitvindingen in de scheepvaart. Zo gaan Geschiedenis en wereldburgerschap hand in hand.’