Leerlingenstatuut

2College Durendael

Geldig vanaf april 2011 – juli 2013

 

Instemming MR d.d. 4 april 2011 

leerlingenraadDD@2college.nl

 

INHOUD

VOORWOORD.
ALGEMEEN.
NALEVING VAN HET STATUUT.
REGELS OVER HET ONDERWIJS.
OVERIG.
LEERLINGENRAAD.
SLOTBEPALING.

VOORWOORD

Dit is het vernieuwde leerlingenstatuut van 2College, locatie Durendael. Dit statuut komt in plaats van alle eerdere versies. We hebben geprobeerd dit statuut zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de veranderingen van afgelopen jaren.

We hopen dat dit statuut je kan helpen bij eventuele problemen of onduidelijkheden.

 

Leerlingenraad 2College Durendael  

Wij zijn bereikbaar via:

leerlingenraadDD@2college.nl (inderdaad 3xd)

ALGEMEEN

 

 

Betekenis

1.                Het leerlingenstatuut regelt de rechten en plichten van de leerlingen.

Toepassing

2.                Het leerlingenstatuut geldt voor alle leerlingen en medewerkers van de locatie.

Procedure

3.                Het leerlingenstatuut wordt opgesteld door de leerlingenraad en vastgesteld door het Bevoegd Gezag, na instemming van de medezeggenschapsraad. Het kan alleen door het Bevoegd Gezag gewijzigd worden na instemming van de medezeggenschapsraad. De leerlingenraad geeft hierover vooraf advies aan de medezeggenschapsraad.

 

Geldigheidsduur

4.                Het leerlingenstatuut dient om de 2 jaar opnieuw te worden vastgesteld en zonodig bijgesteld via de procedure benoemd in art. 3.

 

Publicatie

5.1           Het leerlingenstatuut wordt aan het begin van elk schooljaar aan iedere nieuwe leerling verstrekt door de mentor. Verder is het voor iedereen verkrijgbaar bij de leerlingenraad.
5.2           Nieuwe versies zullen aan iedere leerling beschikbaar gesteld worden.

Begrippen

6.1           Leerlingen; alle op 2College Durendael ingeschreven staande leerlingen.
6.2           Ouders; ouders, verzorgers en/of voogden van de leerlingen.
6.3           Docenten; het onderwijzend personeel van 2College Durendael.
6.4           Teamleiders; de leidinggevenden van de verschillende afdelingen van 2College Durendael.
6.5           Locatieleiding; de vestigingsdirecteur, de locatiecoördinator en de teamleiders.
6.6           Directie; de algemeen directeur van 2College en de vestigingsdirecteuren van de locaties.
6.7           Bevoegd Gezag; de Raad van Bestuur van Ons Middelbaar Onderwijs.
6.8           Leerlingenraad; een groep van leerlingen die de belangen van de leerlingen, in de ruimste zin van het woord, vertegenwoordigt.
6.9           Medezeggenschapsraad; door de wet vastgesteld overlegorgaan waarin personeel, ouders en leerlingen zitting nemen, van alle locaties van 2College.
6.10       PTA; Programma van Toetsing en Afsluiting: hierin wordt voor leerlingen vastgelegd welke toetsen er afgenomen worden voor het schoolexamen.
6.11       PT; Programma van toetsing: hierin wordt vastgelegd op basis van welke toetsen rapport- en overgangscijfers worden vastgesteld.
6.12       Examenreglement; hierin wordt vastgelegd welke wettelijke regels gelden voor het examen.

Leerlingenadministratie en privacybescherming

7.1     De leerling is gerechtigd aan één of meer personeelsleden vertrouwelijke gegevens te verstrekken. Het betreffende personeelslid is gerechtigd bedoelde gegevens vertrouwelijk te houden, ook tegenover andere leden van het personeel, het bestuur en/of de ouders.

Het betreffende personeelslid dient deze vertrouwelijkheid wel te doorbreken indien er sprake is van een ernstige risicosituatie.
7.2     De school is gerechtigd contact te onderhouden met de toeziend voogd, tenzij de toeziend voogd door middel van gerechtelijke beslissing van dat contact is uitgesloten.
7.3     Ten aanzien van de gegevens die worden opgenomen in de leerlingenadministratie en de daarbij in acht te nemen privacy geldt hetgeen is bepaald in het door Bevoegd Gezag vastgestelde privacyreglement. 

Orde

8.      Iedereen dient zich aan de gedragsafspraken, zoals opgenomen in de schoolgids, te houden.

 

Schade

9.1     De ouders van een minderjarige leerling die schade heeft veroorzaakt, worden hiervoor door de school aansprakelijk gesteld. De meerderjarige leerling wordt persoonlijk aansprakelijk gesteld.
9.2     Tegen een leerling die opzettelijk schade heeft toegebracht aan het schoolgebouw, de eigendommen van de school en/of de eigendommen van derden, worden door de locatieleiding strafmaatregelen genomen. Conform het Convenant De Veilige School kan de school aangifte doen.

 

NALEVING VAN HET STATUUT

 Klachtenprocedure

10.1   Bij vermeend onjuiste of onzorgvuldige naleving van het statuut kan bezwaar worden aangetekend bij degene die zodanig heeft gehandeld met het verzoek de handelwijze in overeenstemming te brengen met het leerlingenstatuut.
10.2   Wendt/wenden hij/zij zich niet tot de betrokkene(n) of heeft dat geen bevredigend resultaat opgeleverd dan kan de mentor, de leerlingenraad en/of de locatieleiding worden ingeschakeld. Deze neemt/nemen vervolgens contact op met degene tegen wie bezwaar is aangetekend om te proberen tot een aanvaardbare oplossing te komen.

Betreft de klacht een lid van de locatieleiding dan wordt de klacht bij de vestigingsdirecteur gedeponeerd.

Betreft de klacht de vestigingsdirecteur dan wordt de klacht bij de algemeen directeur van 2College gedeponeerd.

Klachten worden afgewerkt conform de gangbare klachtenprocedure.
10.3   Degene die de klacht heeft ingediend en degene tegen wie een klacht is ingediend, kunnen zich bij de behandeling van de klacht laten bijstaan door een ander.
10.4   Indien nodig wordt anonimiteit nagestreefd.

 

REGELS OVER HET ONDERWIJS

 

 

Het verzorgen van onderwijs

11.     Leerlingen hebben er recht op dat het personeel zich inspant om het onderwijs naar beste vermogen (volgens het vastgestelde leerplan/schoolwerkplan) te verzorgen.

 

Het volgen van onderwijs

12.1   De leerlingen zijn verplicht zich in te spannen om een goed onderwijsproces mogelijk te maken.
12.2   Een leerling die de goede voortgang van de les verstoort, kan door de docent op passende wijze gestraft worden.
12.3   De leerling moet zich beschikbaar houden voor alle soorten van schoolwerk van 8.00 uur tot 16.45 uur.
12.4   Voor bijzondere zaken kan een leerling ook ’s avonds worden opgeroepen.

 

Onderwijstoetsing

13.1   Toetsing van de leerstof kan geschieden door middel van toetsen.
13.2   Voor bovenbouwklassen gelden de regels zoals vermeld in het PTA. Artikel 13 is dus niet van toepassing voor toetsen uit het PTA.
13.3   Voor klassen die geen PTA hebben wordt de minimale hoeveelheid en vorm van de toetsen vastgelegd in het PT.
13.4   Als toetsen worden in ieder geval de volgende toetsvormen gebruikt:
·          proefwerken*;
·          overhoringen (schriftelijk en/of mondeling)*;
·          toetsen die de vorderingen meten in het spreken, luisteren, bewegen, samenwerken, presenteren, of in andere, specifiek aan een vak gebonden vaardigheden;
·          werkstukken;
·          practica die veel voorbereiding vergen *;
·          huiswerkopdrachten waarvoor een punt te halen is.
13.5   Een leerling mag per dag maximaal 2 van de in artikel 13.4 met een asterisk (*) gemarkeerde toetsen maken. In geval van onoverkomelijke problemen kan middels goed overleg tussen docent en de leerlingen eventueel van deze regel afgeweken worden.
13.6   Toetsen moeten tenminste 1 week van tevoren worden opgegeven. De stof moet in principe tenminste 3 schooldagen voor het plaatsvinden van een toets behandeld zijn.
13.7   De zwaarte van een toets is vastgelegd in het PT, danwel het PTA.
13.8   Bij elk toetsmoment dient, bij voorkeur van tevoren, inzicht in de te behalen punten per onderdeel te worden gegeven. De normering wordt in overleg met de sectie vastgesteld.
13.9   Bij parallelklassen dienen gelijkwaardige toetsen te worden gegeven. Tevens dient de normering vergelijkbaar te zijn en per sectie bepaald.
13.10 Sancties voor onregelmatigheden tijdens toetsen in PT-klassen worden bepaald door de docent met in achtname van hetgeen is vastgelegd in het toetsbeleid van de school.
13.11 Het resultaat van een toets dient binnen 10 schooldagen aan de betreffende leerling meegedeeld te worden. Bij onoverkomelijke problemen mag hiervan worden afgeweken (in overleg met de betrokken teamleider). Werkstukken dienen binnen 15 schooldagen te zijn nagekeken. Er kan eventueel in goed overleg een langere termijn worden vastgesteld tussen klas en docent. Het werk dient ter inzage te worden aangeboden.
13.12 Het resultaat van de toets dient binnen 5 dagen na teruggave van de toets te zijn ingevoerd in de schooladministratie.
13.13 Bij werkstukken en practica dient een duidelijke regeling op papier gezet te worden met betrekking tot de normen waaraan het werkstuk of het practicum moet voldoen, het inlevermoment, de plaats van inleveren, sancties op te laat inleveren en wat te doen bij ziekte van docenten en/of leerlingen.
13.14 Voor de klassen met een PT geldt: indien een leerling met een voor de docent aanvaardbare reden niet heeft deelgenomen aan een toets, gaat de leerling in overleg met de docent om een inhaaldatum vast te stellen. Dit moet binnen afzienbare tijd gebeuren.

 

Proefwerkweken

14.1   In een proefwerkweek hebben de leerlingen maximaal 3 toetsen per dag. Er wordt gestreefd naar een zo evenwichtig mogelijke verdeling van de toetsen over de week.
14.2   In de proefwerkweek zijn geen reguliere lessen. Wel kunnen andersoortige onderwijsactiviteiten gepland worden.
14.3   In de week voor de proefwerkweek mogen geen in artikel 13.4 met een asterisk (*) gemarkeerde toetsen gepland worden. Uitzonderingen hierop vormen de toetsen voor vakken die niet in de proefwerkweek worden getoetst.
14.4   Huiswerk moet in de week voor de proefwerkweek wel gemaakt worden en het mag door de docent gecontroleerd en beoordeeld worden.

 

Schoolexamen

15      Regels met betrekking tot toetsen die vastgelegd zijn in het PTA worden vastgesteld door de examencommissie en worden gepubliceerd in het Programma van Toetsing en Afsluiting.

 

Overgang

16.1   De normen waaraan een leerling moet voldoen om toegelaten te worden tot een hoger leerjaar moeten aan het begin van een schooljaar duidelijk worden aangegeven. Deze zijn terug te vinden in de schoolgids van het betreffende jaar.
16.2   Is een leerling eenmaal toegelaten tot een leerjaar, dan kan hij niet op grond van onvoldoende leerprestaties verplicht worden teruggezet.

 

Verwijdering van school

17.1   Een leerling kan slechts op twee gronden definitief van school worden verwijderd:
·       tweemaal in hetzelfde of in twee opeenvolgende leerjaren binnen één afdeling blijven zitten;
·       grove schending van het schoolreglement, dit ter beoordeling van de vestigingsdirecteur.
17.2   De minderjarige leerling en zijn ouders hebben het recht alle stukken die tot zijn definitieve verwijdering hebben geleid in te zien. Dit recht geldt ook voor een meerderjarige leerling.
17.3   Een verwijdering wordt schriftelijk aangekondigd. In deze brief wordt gewezen op de beroepsmogelijkheid.

 

Huiswerk

18.1.  In klassen waar een klassenboek gebruikt wordt, geldt: al de uit te voeren huiswerkopdrachten schrijft de leraar in het klassenboek. De klassenvertegenwoordiger, of zijn vervanger, zorgt ervoor dat het klassenboek aanwezig is. Wat niet in het klassenboek is vermeld, is dus geen huiswerk, tenzij het klassenboek tijdens de les ontbrak.
18.2   Het opgegeven huiswerk moet binnen redelijke tijd uit te voeren zijn, waarbij rekening gehouden dient te worden met activiteiten en projecten en andere vakken.
18.3   Indien een leerling het huiswerk niet heeft uitgevoerd, meldt hij dit voor de les aan de leraar. Deze zal dan passende maatregelen treffen.

Rapporten

19.1   Een rapport geeft de leerling en zijn ouders tenminste een overzicht van zijn prestaties voor alle vakken over een bepaalde periode. Het rapport is gericht aan de ouders, tenzij de leerling meerderjarig is.
19.2   Alle leerlingen krijgen op driekwart van elke periode een tussenrapportage mee naar huis met een overzicht van de door hen behaalde resultaten.
19.3   Een rapportcijfer wordt op basis van het PT of het PTA vastgesteld.
19.4   Indien de leerling, de ouders of de mentor dit wenst/wensen wordt het rapport met de mentor besproken. Hiervoor kunnen de ouders zich opgeven middels de brief over het oudergesprek.
19.5   De rapportcijfers moeten per sectie op dezelfde manier tot stand komen.

 

Roosters

20.1   De leerlingen hebben er recht op dat de roosters zo optimaal mogelijk worden ingevuld, daarbij rekening gehouden met de mogelijkheden van docenten en lokalen.
20.2   Een lesrooster mag per leerling in principe maximaal 8 tussenuren bevatten. Mochten dit er meer zijn, dan wordt in het overleg met de leerlingenraad uitgelegd waarom hiervan is afgeweken. Tot een tussenuur wordt enkel een uur gerekend tussen verschillende lessen in, binnen het reguliere rooster.

OVERIG

 

 

Vrijheid van meningsuiting en uiterlijk

21.1   Iedere leerling heeft de vrijheid zijn mening, binnen de fatsoensnormen en de structuur van de schoolactiviteit, op school te uiten.
21.2   Iedere leerling die zich door een ander beledigd of gediscrimineerd voelt, kan handelen volgens de in artikel 10 aangegeven procedure.
21.3   Iedere leerling heeft de vrijheid van uiterlijk, mits:
·       het niet beledigend is voor anderen;
·       het aan de noodzakelijke veiligheidseisen voldoet;
·       het onderwijs niet belemmerd wordt;
·       het overeenstemt met de beleefdheids- en gedragsnormen;
·       hij bij de lessen lichamelijke oefening het schoolshirt draagt.
21.4   Geloofsovertuiging mag beleden worden tijdens de lessen, mits de genoemde punten in artikel 21.1, 21.3 en 21.5 nageleefd worden.
21.5   Hoofddeksels en jassen zijn in de les niet toegestaan, met uitzondering van hetgeen genoemd in artikel 21.4 en/of medische gronden. Gezichtsbedekkende kleding is niet toegestaan.
21.6   Telefoons, MP3-spelers en andere beeld- en geluidsdragers zijn niet toegestaan in de lessen, maar wel op de aangegeven plekken.

 

Ongewenste intimiteiten

22.1   Ongewenste intimiteiten zijn te allen tijde verboden.
22.2   Indien een leerling vindt dat dit verbod overtreden is, kan hij, of een door hem uitgekozen vertrouwenspersoon, de klachtenprocedure doorlopen. Zie artikel 10 en de klachtenprocedure zoals beschreven in de schoolgids.

 

Aan- en afwezigheid

23.1   Leerlingen zijn verplicht het onderwijs volgens het voor hen geldende rooster te volgen, tenzij er voor bepaalde vakken een andere regeling is getroffen.
23.2   Indien een leerling moet verzuimen voor o.a. doktersbezoek, dan dient er vooraf verlof aangevraagd te worden.
23.3   Een leerling die te laat in de les aanwezig is, moet zich melden bij de docent en zal een passende sanctie krijgen opgelegd.

 

Straffen

24.1   Bij het opleggen van een straf dient er een redelijke verhouding te bestaan tussen de soort straf, de strafmaat en de ernst en de aard van de overtreding.
24.2   Het moet duidelijk zijn voor welke overtreding de straf wordt gegeven. Het is mogelijk dat dit pas later op de dag wordt aangegeven.
24.3   Bij de praktische uitvoering van een straf moet rekening gehouden worden met de mogelijkheden van de leerling.
24.4   De volgende straffen kunnen aan de leerling worden opgelegd:
·       berisping;
·       opruimen van gemaakte rommel;
·       maken van strafwerk;
·       nablijven;
·       ochtend melding 8.00 uur;
·       uitvoeren van corveewerkzaamheden na de lesuren;
·       ontzegging van de toegang tot één of meer lessen;
·       schorsing;
·       definitieve verwijdering.
24.5   Lijfstraffen zijn te allen tijde verboden.
24.6   Als een leerling het niet eens is met een straf die hem is opgelegd, kan hij de klachtenprocedure doorlopen.
24.7   De teamleider, of diens plaatsvervanger, kan een leerling met opgave van redenen voor een periode van ten hoogste 1 week intern schorsen (=de toegang tot de lessen ontzeggen). Een interne schorsing wordt schriftelijk kenbaar gemaakt. Tegen een interne schorsing kan bezwaar worden aangetekend bij de vestigingsdirecteur.
24.8   De vestigingsdirecteur kan een leerling met opgave van redenen voor een periode van ten hoogste 1 week extern schorsen (=de toegang tot de school ontzeggen). Een externe schorsing wordt schriftelijk kenbaar gemaakt. Indien een externe schorsing langer dan één dag duurt wordt de onderwijsinspectie hierover geïnformeerd. Tegen een externe schorsing kan bezwaar worden aangetekend bij de algemeen directeur.

Studiehuis en Mediatheek

25.1   Toezichthouders moeten er voor zorgen dat er een goede werksfeer heerst. Bij het verstoren van de rust in het studiehuis of de mediatheek kan dit verwijdering uit de desbetreffende ruimte tot gevolg hebben. Ook kunnen er andere maatregelen worden getroffen.
25.2   De overige regels van het studiehuis en de mediatheek hangen nadrukkelijk bij de desbetreffende lokalen. Deze regels dienen nageleefd te worden, tenzij een van de toezichthouders/medewerkers aangeeft dat hiervan mag worden afgeweken.
25.3   Een leerling die voor schoolwerk met de computer wil werken, heeft altijd voorrang op leerlingen met andere doelen.
25.4   Bij drukte kan er een tijdlimiet ingesteld worden voor het computergebruik.

 

ICT

26.1   Op het account dat door 2 College Durendael aan de leerling beschikbaar wordt gesteld, zijn de reglementen met betrekking tot gebruik van de account van toepassing.
26.2   Computers zijn voor iedere leerling vrij toegankelijk, onder inloggen op het eigen gebruikersaccount.
26.3   Het gebruik van de computers is voornamelijk bestemd voor educatieve doeleinden.
26.4   Iedereen is verantwoordelijk voor zijn/haar eigen account. Misbruik van de computer kan tot passende sancties leiden.

 

LEERLINGENRAAD

 

 

Leden

27.1   De leerlingenraad bestaat uit leerlingen die de overige leerlingen willen vertegenwoordigen. De leerlingen in de leerlingenraad dienen zoveel mogelijk de verschillende leerjaren en afdelingen te representeren. Uit de leerlingenraad kunnen leerlingen worden voorgedragen voor de Medezeggenschapsraad.

In de leerlingenraad kan ook de voorzitter van de LeestUm en kunnen leden van de BLACK deelnemen. Eventueel kan een begeleidende docent uitgenodigd worden, als het nodig is. De leden kiezen de voorzitter voor een periode van één jaar aan het eind van het jaar voorafgaande aan de zittingsperiode. De voorzitter geeft aan het begin van het jaar de leden van de leerlingenraad door aan de locatieleiding.
27.2   De leerlingenraad is bevoegd gevraagd of ongevraagd advies uit te brengen aan de Medezeggenschapsraad en de locatieleiding, met name over die aangelegenheden die de leerlingen aangaan.
27.3   Leden van de leerlingenraad kunnen voor hun werkzaamheden in specifieke gevallen, in overleg met de locatieleiding, vrijstelling van het volgen van lessen krijgen.
27.4   De leerlingenraad heeft tenminste één keer per periode overleg met de locatieleiding, waarvan verslag zal worden gemaakt.

Bijeenkomsten

28.1   De leerlingen van alle schoolgerelateerde commissies hebben het recht te vergaderen over zaken aangaande de school en daarbij, in overleg met de locatieleiding, gebruik te maken van faciliteiten van de school.
28.2   De schoolleiding is bevoegd een bijeenkomst van leerlingen te verbieden, indien deze een onwettig karakter heeft en/of niet voldoet aan de in Nederland geldende normen en waarden.
28.3   Anderen dan leerlingen worden alleen toegelaten op een bijeenkomst van de leerlingenraad als de leerlingenraad dit, in overleg met de locatieleiding, toestaat.
28.4   De leerlingen zijn verplicht een ter beschikking gestelde ruimte op een behoorlijke wijze achter te laten.
28.5   Degenen die gebruik maken van een ter beschikking gestelde ruimte zijn verantwoordelijk en aansprakelijk voor eventuele schade.

SLOTBEPALING

29.1   In gevallen waarin dit statuut niet voorziet en voor zover het de rechten en plichten van de leerlingen betreft, beslist de locatieleiding, na advies van de leerlingenraad, overeenkomstig het reglement van de Medezeggenschapsraad.
29.2   Indien dit statuut ergens niet in voorziet kan het worden gewijzigd zodat het daarin wel voorziet.

NOTA BENE

NB1   Mannelijke persoonlijke voornaamwoorden en zelfstandige naamwoorden impliceren ook vrouwelijke personen.
NB2   Bij de bepalingen over schorsing en definitieve verwijdering zijn de terzake geldende wettelijke voorschriften gevolgd. Deze wettelijke bepalingen zijn altijd bovenschikkend aan dit reglement.
NB3   Het privacyreglement is opvraagbaar bij het bestuur van Ons Middelaar Onderwijs.
NB4   Per afdeling zijn de regels nader ingevuld (b.v. de BijdeHandwijzer voor de tweede fase klassen). Deze regels zijn altijd van toepassing


Dit statuut is tot stand gekomen in 2008-2009. In 2011 is dit op verzoek van de leerlingenraad opnieuw bekrachtigd.

De leerlingenraad draagt zorg voor de verspreiding onder de leerlingen.

De vestigingsdirecteur draagt zorg voor bekendmaking onder het personeel.