PROGRAMMA INTERNATIONAL BACCALAUREATE ENGELS

English version

Language A2 (vwo) – Dit is een taalcursus voor leerlingen die de taal perfect of bijna perfect spreken,  waarbij ze zowel de Engelse taal als de literatuur bestuderen. De leerlingen moeten de taal kunnen gebruiken voor doeleinden en in situaties waarbij ze op een gevorderd niveau een discussie, betoog en debat kunnen voeren. Language A2 cursussen worden aangeboden op zowel Hoger als Standaard Niveau.

Language B (havo) – Dit is een taalcursus voor leerlingen met enige eerdere ervaring in het bestuderen van de doeltaal. De voornaamste doelstelling van deze cursus is taalverwerving, en leerlingen hebben de mogelijkheid om een grote vaardigheid in een taal te bereiken en de cultuur te bestuderen wanneer ze de taal gebruiken. Het scala van doeleinden en situaties waarvoor en waarbij de taal wordt gebruikt strekt zich uit over de gebieden werk, maatschappelijke relaties, en de bespreking van abstracte ideeën. De cursus English Language B wordt aangeboden op Hoger en Standaard Niveau.

Language A2 Higher en Standard Level (vwo)

De IB cursus is niet gebaseerd op actuele onderwerpen maar op tekstsoorten ( bijv. formele en informele brieven, een dagboek, een redactioneel artikel, een brochure, een opstel) en het niveau van schrijven voor IB ligt hoog. De actuele onderwerpen die in de klas bestudeerd worden zijn erg gevarieerd en kunnen over onderwerpen gaan zoals immigratie, onderwijs, de media en literatuur. De leerlingen moeten inzicht in en waardering voor de Angelsaksische cultuur krijgen. De Higher Level en Standard Level cursussen kennen een identiek leerplan en examen, hoewel de Higher Level leerlingen dieper ingaan op de onderwerpen en  meer literatuur bestuderen dan de Standard Level leerlingen. Derhalve, hoewel aan beide cursussen dezelfde principes ten grondslag liggen, zijn de beoordelingsnormen voor Higher Level strenger.

Kern Inhoud: De cursus gaat uit van een bijna volmaakte beheersing van de betreffende taal. Het is dus geen taalverwervingcursus. De leerlingen bestuderen mondelinge en geschreven vormen van de taal  in een reeks van stijlen, tekstsoorten en situaties; hoe ze een betoog moeten structureren op een doelgerichte, coherente en overtuigende manier; hoe ze op een gedetailleerde, kritische manier een breed scala van teksten in verschillende vormen, stijlen en soorten kunnen bestuderen en hoe ze verschillende teksten kunnen vergelijken.

Keuzes: Taal en Cultuur, Media en Cultuur, Vraagstukken over onze Toekomst, Wereld Vraagstukken, Maatschappelijke Vraagstukken en Literaire Keuzes.

Beoordeling door de eigen docent: 30% - twee mondelingen

o       Interactieve mondelinge activiteit (15%)

o       Individueel mondeling (15%)

Beoordeling door Derden: 70%

o       Vergelijking van 2 teksten: de kandidaten schrijven een vergelijkend commentaar over een tweetal teksten (25%).

o       Opstel: de kandidaten mogen kiezen uit 10 vragen om een opstel te schrijven over een van bovengenoemde keuze mogelijkheden (25%).

o       Geschreven Opdrachten: de kandidaten maken 2 Geschreven Opdrachten – een ervan is gebaseerd op een literaire keuze, de andere op een Culturele Keuze ( bv. een ingezonden brief over reclame) (20%).

Languages B Higher Level (havo)

Voornaamste Doelen:

Spreken:  De leerlingen moeten vloeiend kunnen spreken in de doeltaal. Tegen het eind van de cursus moeten ze een scala van tijden, woorden en tekstsoorten kunnen gebruiken in formele en informele gesprekken.

Lezen: De leerlingen moeten  verschillende soorten authentieke teksten kunnen interpreteren en aantonen dat ze bepaalde taaleigenschappen herkennen. De leerlingen moeten ook de algehele betekenis van een tekst kunnen begrijpen, bijv. door een brief te schrijven als antwoord op een bepaalde tekst.

Schrijven: De leerlingen moeten bepaalde ideeën duidelijk, grammaticaal correct en gestructureerd kunnen overbrengen

Beoordeling door de eigen docent: Interactieve mondelinge activiteit: 15%. Individueel mondeling: 15%.

Beoordeling door derden: 70%

Examen 1: Tekstverklaren en een schriftelijke respons in de doeltaal (40%).

Examen 2: Twee schrijfopdrachten in de doeltaal waarbij verschillende vormen worden gebruikt (30%).