overgangsnormen (definitief MR-vergadering 7-3-2012)
Inleiding
- In de toekomst worden de eisen van het examen strenger. Niet alleen worden de kernvakken Nederlands, wiskunde en Engels belangrijker in de beoordeling, ook het gemiddelde van het centraal examen mag niet beneden de 5,5 liggen.
- We streven er naar dat de eindcijfers van het rapport van klas 3 gelijkwaardig zijn met de SE-cijfers op dat moment. Toch komt het nu voor dat een leerling bevorderd kan worden terwijl de SE-cijfers onvoldoende zijn voor een goede start in klas 4.
- We kennen een bespreekzone, terwijl de praktijk bijna altijd zo is dat een leerling in de bespreekzone gewoon bevorderd wordt en een leerling die afgewezen is toch besproken wordt.
- doubleren in de eerste klas leidt nagenoeg nooit tot succes.
- als leerlingen in de derde klas doubleren en ze zijn in de eerste of tweede al blijven zitten, kunnen ze uiterst moeilijk geplaatst worden op een andere school; deze leerlingen zouden al in een eerder stadium een andere leerroute moeten volgen.
van klas 1 naar klas 2:
De beoordeling van de leerlingen vindt plaats in twee ronden:
Ronde 1:
Slechts één van de vakken Nederlands, Engels of wiskunde mag minimaal een 5 zijn; de andere twee moeten zes of meer zijn. Is dat niet zo, dan kan de leerling niet bevorderd worden naar klas 2
Ronde 2:
Alle vakken tellen even zwaar mee. Een vijf telt als één verliespunt, een vier telt als anderhalf verliespunt en een drie telt als twee verliespunten.
Aantal verliespunten: 0, 1, 1½ of 2: deze leerlingen gaan over naar klas 2.
Aantal verliespunten: 2½ of meer: deze leerlingen worden besproken. Zij kunnen ofwel het advies krijgen over te stappen naar een ander schooltype of over te gaan naar 2 mavo.
Een leerling die opstroomt moet daar de ambitie en de motivatie voor hebben en de leerling zal redelijkerwijs de havo in 5 jaren moeten kunnen halen. De VAS moet op Havo-totaalniveau > 70% zijn.
Een leerling kan alleen opstromen indien hij minimaal een 7 gemiddeld voor alle vakken heeft en een 7 gemiddeld voor de vakken Ne, En, wi heeft.
Van klas 2 naar klas 3 :
De beoordeling van de leerlingen vindt plaats in twee ronden:
Ronde 1:
Slechts één van de vakken Nederlands, Engels of wiskunde mag minimaal een 5 zijn; de andere twee moeten zes of meer zijn. Is dat niet zo, dan kan de leerling niet bevorderd worden naar klas 3
Ronde 2:
Alle vakken tellen even zwaar mee. Een vijf telt als één verliespunt, een vier telt als anderhalf verliespunt en een drie telt als twee verliespunten.
Aantal verliespunten: 0, 1, 1½ of 2: deze leerlingen gaan over naar klas 3.
Aantal verliespunten: 2½ of meer: deze leerlingen worden besproken. Zij kunnen ofwel het advies krijgen over te stappen naar een ander schooltype of over te gaan naar 3.
Van klas 3 naar klas 4 :
De beoordeling van de leerlingen wat betreft bevorderen
of doubleren vindt plaats in drie ronden:
Ronde 1:
Slechts één van de vakken Nederlands, Engels of wiskunde mag minimaal een 5 zijn; de andere twee moeten zes of meer zijn. Is dat niet zo, dan kan de leerling niet bevorderd worden naar klas 4, in alle andere gevallen kan de leerling door naar ronde 2. (NB: bij leerlingen die wiskunde niet mee nemen naar klas 4 gelden alleen de vakken Nederlands en Engels)
Ronde 2:
In deze ronde tellen alle vakken mee die in klas 3 op het rooster staan. Een vijf telt als één verliespunt, een vier
telt als anderhalf verliespunt en een drie telt als twee verliespunten.
Is het aantal verliespunten 0, 1, 1½ of 2 dan komt de leerling in aanmerking voor beoordeling in de derde ronde. Als het aantal verliespunten 2½ of meer is wordt de leerling besproken. De docentenvergadering beslist op basis van argumenten of de leerling in aanmerking komt voor beoordeling in de derde ronde. Leerlingen die niet door kunnen gaan naar de derde ronde worden afgewezen.
Ronde 3:
In deze ronde wordt de leerling alleen beoordeeld op de zes gekozen examenvakken. De leerling wordt bevorderd als de SE-cijfers van deze vakken gemiddeld 5,5 of meer zijn en bij de rapportcijfers
• geen cijfer lager dan 6 voorkomt of
• éénmaal het cijfer 5 voorkomt of
• tweemaal het cijfer 5 voorkomt en de som van de zes cijfers 36 of meer is of
• éénmaal het cijfer 4 voorkomt en de som van de zes cijfers 36 of meer is.
In alle andere gevallen wordt de leerling afgewezen.